Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor "print"


  • DCS: Desktop Color Seperation (desktop kleurscheiding) is een methode waarbij je op het beeldscherm kleurscheidingen van een digitaal beeld produceert en opslaat. Deze opgeslagen informatie is rechtstreeks op een postscriptprinter of een fotografische belichter af te drukken.


  • digitaal drukken: Digitale printers bestaan al sinds de 70-er jaren, maar zijn vooral de laatste 10 jaar sterk in opkomst als alternatief voor de traditionele druktechnieken. Los van de techniek is het grootste verschil met de traditionele druktechnieken dat de vaste kosten per drukwerkopdracht heel laag (virtueel nul) zijn. Daarentegen zijn de variabele kosten per vel veel hoger dan bij traditioneel drukwerk. Als gevolg hiervan is digitaal drukken vooral in het voordeel bij kleinere oplages en voor spoedklussen. De gemiddelde oplage van drukwerk is al sinds de jaren negentig aan het dalen. Ook de gewenste doorlooptijd van drukwerk wordt steeds korter omdat opdrachtgevers steeds meer gewend zijn dat in de digitale wereld alles instantaan kan. Beide trends stimuleren het gebruik van digitaal drukwerk.

    Digitale printers zijn in hoofdlijnen in 2 technologieën te verdelen: electrofotografisch en inkjet. Electrofotografische printers werken volgens hetzelfde principe als de bekende laserprinters, maar dan groter, sneller en betrouwbaarder.

    Fabrikanten van produktieprinters zijn onder meer Océ, Kodak, Xerox, Canon en Infoprint.

    Professionele inkjetprinters werken globaal volgens hetzelfde principe als inkjetprinters voor consumenten. Vooral voor groot formaat drukken (alternatief voor zeefdruk) is inkjet al jaren de dominante technologie. Belangrijke leveranciers zijn hier o.a. Océ, Mutoh, Vutek en Roland. Sinds enkele jaren is inkjet ook in opkomst als alternatief voor offsetdrukken. De nieuwste producten zijn qua snelheid al vergelijkbaar met sommige offsetpersen.


  • DPI: DPI is Dots per Inch, maar ook Pixels per Inch (eigenlijk PPI).

    Over DPI en PPI bestaat in de grafische wereld wat verwarring. Waar men in de grafische industrie spreekt over DPI, bedoelt men in feite PPI. Maar DPI is inmiddels dusdanig ingeburgerd, dat niemand nog echt valt over deze spraakverwarring.

    Onderstaand de juiste uitleg:

    DPI als Pixels per Inch (PPI):
    Eenheid van de resolutie van uitvoerapparatuur (zoals belichters en printers) uitgedrukt in pixels per strekkende inch. De norm voor kleurenfoto's is 300 dpi (ppi).

    DPI als Dots per Inch:
    Het aantal inktstippen per strekkende inch die bij het drukken op het papier terechtkomen. Dot (engels) is stip of punt. Bij een kleurendruk is de DPI in Dots per Inch een veelvoud van de DPI in Pixels per Inch.


  • envelop: Een envelop (ook enveloppe of omslag) is het (meest papieren) omhulsel van bijvoorbeeld een brief of wenskaart. Op de voorzijde van een envelop schrijft of print de afzender de naam en het adres, bestaande uit straatnaam, huisnummer, postcode en plaatsnaam, van de geadresseerde, de ontvanger. Vaak wordt dit alles eerst op een etiket geprint, wat vervolgens op de envelop wordt geplakt. Op de achterzijde kan de afzender zijn eigen naam en adres noteren, of postcode en huisnummer. Dit is niet verplicht, maar biedt onder andere het voordeel dat bij bezorgproblemen de brief eventueel aan de afzender geretourneerd kan worden zonder de brief te hoeven openen. Lang niet alle Nederlanders hebben deze gewoonte.

    Voor het frankeren van de brief worden een of meerdere postzegels in de rechterbovenhoek aan de voorzijde van een envelop geplakt of wordt er een stempel van een frankeermachine op geplaatst. In sommige gevallen is frankeren niet nodig, met name als er van een antwoordnummer gebruik wordt gemaakt. Een envelop kan meestal worden dichtgeplakt doordat er een plakrand met gom is aangebracht op de sluitflap. Door bevochtiging met speeksel of water wordt de gom weer plakkend. Ook zijn er enveloppen die met een hechtstrip dichtgeplakt kunnen worden. Dit is gebruiksvriendelijker, maar levert wel extra afval op in de vorm van een kunststof beschermstripje.

    Enveloppen zijn er in vele vormen, kleuren en formaten. Sommige soorten enveloppen hebben een doorzichtig venster, zodat het adres op de inhoud kan worden geplaatst in plaats van op de envelop zelf. Er zijn ook enveloppen met een binnenbedrukking, dit om leesbaarheid van de inhoud van buitenaf (door de envelop tegen het licht te houden) tegen te gaan. Om cd's of breekbare zaken te versturen zijn er ook enveloppen in diverse formaten, die met luchtkussentjesplastic zijn bekleed aan de binnenzijde (ook wel belletjesenvelop genoemd). Voor officiële documenten of het versturen van A4 stukken worden zogeheten akte-enveloppen gebruikt.


  • grafische termen in 4 talen (vertalingen): Onderstaand een overzicht van vertalingen van een selectie van de meest gebruikte grafische termen.
    NederlandsEngelsDuitsFrans
    aanleverdatum materiaaldelivery date of materialAnliefertermin des Materialsdata de remise de matériel
    advertentieadvertisementAnzegeannonce
    advertentiekolomadvertising-columnAnzeige spaltecolonne de publicité
    aflopendbleedablaufendformat plein papier
    afwerkingfinishingNachverarbeitungfinissage
    binnenwerkinside workinner Lagenintérieur
    bladspiegeltype pageSchriftspiegelformat d'une page
    breedte x hoogtewidth x depthBreite x Hohelargeur x hauteur
    brochurebrochureFaltbladbrochure
    diepdrukgravure printingTiefdruckhéliogravure
    filmfilmFilmfilm
    foliedrukfoil stamp--
    formaatformatFormatformat
    garenloos gebrocheerdadhesive or perfect bindingKlebebindungbrochure sans couture
    gehecht gebrocheerdsaddle stitchingRückstichheftungpiqûre à cheval
    genaaid gebrocheerdpaperboundbroschiertbroche livre de poche
    gestreken papierglazed papersatiniertes Papierpapier satiné
    holnietjeeyelet / ring stapple - -
    houthoudend papiermechanical (wood) paperholz Papierpapier avec bois
    houtvrij papiergroundwood free paperholzfreies Papierpapier sans pâte mécanique
    krantnewspaperTageblattgazette
    laminerento laminatekaschierenlaminer
    leverdatumdelivery dateAblieferungstermindate de livraison
    litho'slithoVorlage auf filmtypon
    machine coatedmachine coatesMaschineengestrichencouché machine
    matchprintmatchprintmatchprintmatchprint
    mat gesatineerddull finishmattgeglättetapprèt mat
    offertequotationKosten(vor)anschlagdevis
    omslagcoverUmschlagcouverture
    oognietjesloopstitch(ed)--
    oplageimpressionAuflagetirage
    papierpaperPapierpapier
    pregento embossprägengaufer
    prijspricePreiseprix
    printprintAusdrucklistage
    proef(drukproef)proofProbedrucképreuve
    rasterscreenrastertrame
    rilcreaseRillerainure
    rotatie offsetweb-fed offsetOffsetrollenrotationoffset à bobines
    schoongesnedencut edgesbeschnittentranches rognées
    schoongesneden formaattrimmed sizeEndformatformat fini
    slitten (slitsen)to kiss die cut or face cut--
    snijteken
    snijlijn
    cutting marks
    trim marks
    Schnittmarken
    Beschnittmarken
    repères de coupe
    repères de rogne
    stansento diecutstanzencouper à la forme
    tijdschriftmagazineZeitschriftjournal
    titelheadinguberschrifttitre
    vellen offsetsheet fedbogendrukmarfe en feuilles
    vernissento lacquer (varnish)lackierenlacquer
    vouwento foldfalzenplier
    zeefdruk(silk)screen printingSiebdrucksérigraphie


  • papierformaat: Een papierformaat beschrijft de afmetingen van een vel papier. Er zijn verschillende standaarden voor de formaten van papier.

    De A-standaard
    De A-serie van papierformaten is een serie van vellen waarbij het eerstvolgende vel steeds een tweemaal zo grote (of kleine) oppervlakte heeft.
    De serie begint met A0, een vel met een oppervlakte van 1 vierkante meter. Met de berekende verhouding levert dat een vel op van 1189 mm bij 841 mm.

    B, C, D
    Overzicht DIN B-formaten

    Soms is één A-formaat te groot, maar het volgende te klein. Om deze reden is er ook een serie B-formaten die dezelfde verhouding van 1:v2 heeft als de A-formaten. Echter het uitgangspunt van de afmetingen is anders: bij het A0-formaat is dat de oppervlakte van 1 m², bij het B0-formaat is dat de lengte van de korte zijde: 1 m.
    B5 is groter dan A5, maar kleiner dan A4; het wordt naast die twee formaten ook vaak gebruikt voor boekwerkjes.

    C- en D-formaten zitten weer tussen de opeenvolgende A- en B-formaten in. C is net groter dan A en D is net iets kleiner dan A. C-formaten worden soms voor enveloppen gebruikt; dan past een vel van het A-formaat er goed in. D wordt nauwelijks gebruikt en is ook geen ISO-standaard.

    ISO 216

    De A-serie wordt beschreven in de ISO-216-norm, die van kracht is sinds 1975. De ISO 216 is de directe opvolger van de DIN-476-norm, die in 1922 in Duitsland is opgesteld. Nederland volgt DIN/ISO sinds 1925 en België sinds 1924.

    De internationale ISO-216-norm geeft waarden voor de A- en B-reeksen tot nummer 10. De Nederlandse norm NEN 381 geeft ook nog een C- en D-reeks. De A- en B-reeksen lopen door tot nummer 13, maar de C- en D-reeksen lopen slechts tot nummer 8. DIN 476 vermeldt de A-, B- en C-reeksen.

    Bij levering en gebruik mogen volgens ISO 216 de toleranties 1,5 mm zijn voor maten tot 150 mm, 2 mm voor maten van 150 - 600 mm en 3 mm voor maten boven de 600 mm.

    De C-reeks wordt vooral voor enveloppen gebruikt, omdat het formaat net iets groter is dan de A-formaten, die veel voor schrijfpapier en brochures worden gebruikt. De B-reeks wordt veel voor boeken gebruikt. De D-reeks wordt nauwelijks gebruikt.

    Papieren met een relatief grote verhouding lengte/breedte moeten bij voorkeur worden gesneden uit een van de standaard formaten (A, B, C). De originele breedte moet worden gehandhaafd en de lengte kan in 3, 4 of 8 gelijke stukken worden verdeeld. Een veel voorkomend formaat is 1/3 A4: 99 x 210 mm.

    [bewerk] Ruwe papierformaten

    De A-, B-, C- en D-reeksen beschrijven reeds gesneden formaten. De ISO-norm beschrijft tevens twee reeksen ruwe formaten voor de A-reeks. De verhouding lengte/breedte is weer v2. RA0 is 1,05 m2 groot en SRA0 is 1,15 m2 groot. De formaten worden afgerond tot op 1 cm.

    Z-formaten
    Bedoeld voor technisch tekenwerk. Het 1Z formaat is gelijk aan het A4 formaat. Vanaf 2Z blijft de breedte gelijk aan de lengte van A4, terwijl de lengte de volgende opbouw heeft: nZ = 180n+30 mm. De samengestelde Z-formaten hebben een afwijkende opbouw.

    Papierformaten in de VS
    Vergelijking van de A-formatenserie met letter en legal, de belangrijkste amerikaanse papierformaten
    Letter (en legal) zijn iets breder dan A4, het in Europa meestgebruikte papierformaat

    In de Verenigde Staten wordt de A-serie niet gebruikt. Daar gebruikt men in plaats van A4 het zogenaamde US Letter-formaat van 8½ bij 11 inch, ofwel 279,4 mm bij 215,9 mm. Dat is dus 6 mm breder dan A4, en 18 mm korter. Printers en kopieermachines kunnen probleemloos op beide papierformaten worden ingesteld.


  • print: Printing – Een printer is een apparaat dat de uitvoer van een computer, scanner of digitale camera afdrukt op (foto)papier. Bekende producenten van printers zijn onder andere Konica Minolta, Samsung, Canon, Epson, HP, Lexmark, Brother, Nashuatec, Océ, Ricoh, Xeikon en Xerox.


  • zeefdruk: De zeefdruk is eigenlijk niets anders dan een verbeterde sjabloontechniek zoals reeds eeuwen geleden werd toegepast in China en Japan en bij ons ook wordt toegepast door huisschilders die regelmatig wederkerende motieven moeten schilderen. De zeefdruk werd in Europa bekend omstreeks 1930.

    De drukvorm bij de zeefdruk bestaat uit een fijn nylon of polyester (vroeger: zijde) gaas, waarop een sjabloon is gehecht, dat gespannen is op een raam. Naar dit gaas wordt deze drukmethode ook silkscreenprinting (letterlijk: 'zijdezeefdrukken') genoemd. Een andere naam voor een artistieke zeefdruk is serigrafie. De mazen in het gaas die niet door het sjabloon zijn afgedekt, laten de inkt door. Het te bedrukken materiaal wordt onder het raam gelegd en de inkt door middel van een rubberen rakel over het gaas gestreken. De inkt wordt door middel van de rakel door de open mazen van het gaas op het te bedrukken materiaal geperst, waardoor de afbeelding tot stand komt.


top ^