Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor "presentatie"


  • Adobe Flash: Adobe Flash (voorheen bekend als Macromedia Flash en daarvoor FutureSplash) is een computerprogramma waarmee animaties, webvideo's, online folders, flashpresentatie en webapplicaties (zoals spelletjes en websites) gemaakt kunnen worden. Het wordt veel gebruikt om websites aan te kleden en voor reclame-uitingen bij websites, zogenaamde banners. De bekende animatieserie Happy Tree Friends wordt met dit programma geproduceerd en talloze andere websites en website intro's maken gebruik van Flash. Om Flash-inhoud af te spelen wordt Adobe Flash Player gebruikt.

    Flash is opgebouwd als een soort tekenfilm. Per tijdseenheid bepaalt de ontwikkelaar wat de bezoeker te zien krijgt. Een tijdseenheid wordt een frame genoemd. Een belangrijke tijdseenheid heet een keyframe. Zij vormen de uiteindelijke basisstructuur van de applicatie of animatie. Het kan ook gebruikt worden voor een flash presentatie, volledige flash website, flashanimatie, flash-applicaties of geanimeerde presentatie.


  • grafisch ontwerp: Grafisch ontwerp Ė Grafische vormgeving is het visueel vormgeven van ideeŽn in verschillende media, met als doel om mensen iets mee te delen. Dit vereist de inzet van zowel artistieke als technische vaardigheden. Bij grafische vormgeving wordt zowel visuele expressie als creativiteit nagestreefd in de presentatie van tekst en afbeeldingen.


  • grafisch vormgever: Een grafisch vormgever is een persoon die de grafische vormgeving doet. Het beroep mag niet verward worden met een grafisch ontwerper of designer. Een vormgever is meer bezig met de techniek en de beheersing ervan dan een designer, art-director of ontwerper. Zo tracht hij zoveel mogelijk te weten van programmatuur zoals Adobe InDesign of QuarkXPress. In vroegere tijden was dat natuurlijk meer met de film of nog eerder met loden letters.

    Hij/zij bepaalt binnen de huisstijl de lay-out (indeling), de typografie, de beelddragersoort (papier, schermondergrond, e.d.), het kleurgebruik en de illustratie-/fotosoort. Meestal vervaardigt hij/zij de illustraties of foto's zelf. Een vormgever kan ook zelf een huisstijl maken, zelfstandig of in samewerking met derden zorgen voor een creatieve compositie.

    Een vormgever is niet altijd bij de presentatie van het eindproduct van het ontwerp; dat wordt voornamelijk door communicatie-medewerker, art-director en/of ontwerper gedaan. Zij gaan dan langs bij de klant. Deze bevindingen gaan zij dan weer later verder communiceren met de vormgever. Tot slot bewaakt de vormgever de toepassing en zoekt wanneer nodig naar oplossingen voor eventuele verdere uitbreidingen en of uitingen (bijv. DTP, illustratie, web-layout en/of fotomateriaal) en de technische verwerking (bijv. reproductie, interface-opbouw) van het ontwerp, zodat dit blijft zoals hij bedoeld is.

    Bij de uitwerking van een opdracht houdt de vormgever o.a. rekening met de doelgroep en de door de opdrachtgever/cliŽnt gestelde eisen. Hij houdt hierbij de stelling 'Vorm volgt Functie' erop na. Bij de vormgever is het belangrijk dat vorm niet de functie overtreft maar dat ze elkaar complementeren. Ook de financiŽle mogelijkheden en de technische verwerking van het ontwerp houdt hij in de gaten. Een vormgever zal daarnaast trachten bestaande inhoudelijke functionaliteiten te versterken (bijv. optimale leesbaarheid door juiste toepassing van typografie). Ook zal hij/zij trachten extra functionaliteiten toe te voegen door middel van de vorm (bijv. signaalkleur als blikvanger voor de belangrijkste informatie). Hij/zij geeft daarbij tevens adviezen aan de opdrachtgever om tot een optimaal eindproduct te komen.


  • html: HyperText Markup Language (afgekort HTML) is een computertaal (meer specifiek, een opmaaktaal) voor de specificatie van documenten op het World Wide Web.

    Daarnaast is HTML een opmaaktaal zoals vele andere, met notaties voor het aangeven van nadruk in tekst, van kopjes, van indeling in paragrafen, van tabellen, en van plaatjes en multimedia (die echter zelf niet in HTML worden gespecificeerd).

    HTML bestaat uit platte tekst waarin met markeringstekens is aangegeven hoe de tekst moet worden geÔnterpreteerd, bijvoorbeld als lijst of als opschrift. Zo'n markering wordt (naar het Engels) een tag genoemd - er is geen goed Nederlands woord voor. HTML wordt meestal bekeken met een webbrowser, een programma dat HTML-documenten opvraagt en als opgemaakte tekst aan de gebruiker toont.

    In de loop der jaren is het aantal verschillende markeringstekens (tags) dat in HTML wordt gebruikt, enorm uitgebreid. Om interpretatieproblemen te voorkomen heeft het World Wide Web Consortium (W3C) aanbevelingen opgesteld over welke tags geldig zijn en hoe ze moeten worden geÔnterpreteerd. De oorspronkelijke aanbeveling is een aantal malen geactualiseerd in verband met verdere ontwikkeling van HTML. De laatst geaccepteerde aanbeveling, HTML 4.01, dateert van december 1999.

    Sinds het ontstaan van HTML zijn er pogingen gedaan om het tot een exact gestructureerde taal te maken, door te eisen dat de syntaxis van de tags exact gevolgd wordt en hun combinatie aan een precieze grammaticale definitie voldoet. Dit is gedaan door de syntaxis van elke versie van HTML te beschrijven als een toepassing van SGML, en later XML. Dit is een wezenlijke voorwaarde om een uniforme interpretatie van HTML door software te kunnen garanderen. De meeste gebruikers en softwareontwikkelaars hebben zich hier nooit veel van aangetrokken, met als gevolg dat HTML-verwerkende software in de praktijk niet op het correct gebruik van tags mag rekenen, en de eindgebruiker niet op een consistente interpretatie.

    Een tweede continue trend in de ontwikkeling van HTML vormden de pogingen om het tot een structurele (of logische) opmaaktaal te maken, waarbij de tags in het document alleen structuur en algemene eigenschappen van de tekst aangeven, terwijl de details van de presentatie apart van het document worden gespecificeerd. Dit heeft als voordelen dat de opmaak ineens kan worden gewijzigd voor alle documenten tegelijk en dat er verschillende manieren van opmaken kunnen worden gebruikt die bijvoorbeeld toegesneden kunnen zijn op de eigenschappen van de gebruiker (misschien kleurenblind of blind) of het weergevende apparaat (misschien een klein beeldscherm of zwart-wit-papier). Om historische redenen is dit aanvankelijk totaal mislukt, waardoor HTML een grote hoeveelheid presentatiespecifieke tags heeft gekregen, maar uiteindelijk toch doorgezet, waardoor in moderne HTML een nette scheiding van presentatiespecificatie mogelijk is, met behulp van CSS. Daarbij blijft gelden dat HTML niet ontworpen of geschikt is voor het ondersteunen van willekeurige paginavormgeving.

    HTML zelf voorziet alleen in zeer eenvoudige gebruiksinteractie:

    * het aanklikken van verwijzingen
    * het invullen van tekstvelden
    * het klikken in afbeeldingen

    Een min of meer gestandaardiseerde vorm om andere soorten interactie te ondersteunen is het inbedden van scripts geschreven in de taal Javascript. Daarbij blijft gelden dat HTML niet ontworpen of geschikt is voor het ondersteunen van willekeurige grafische user interfaces.

    Het derde doorlopende thema in de ontwikkeling van HTML is het spanningsveld tussen innovatie en standaardisering. De concurrentiestrijd tussen producenten van webbrowsers heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van HTML. Producenten ontwikkelden op eigen houtje nieuwe tags, die vaak niet door andere webbrowsers werden begrepen, hadden eigen interpretaties van stylesheets en een eigen interpretatie van JavaScript. Sommige van deze HTML-tags zijn later opgenomen in de aanbevelingen, andere niet. Ook nu nog zijn daarvan relicten te vinden in moderne browsers.


  • huisstijl: De huisstijl van een organisatie of bedrijf is een consistente presentatie naar buiten toe, vaak de eerste kennismaking voor klanten en belangrijk voor de uitstraling. Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen de ruime en de enge definitie van huisstijl.

    Huisstijl: ruime definitie
    Een huisstijl wordt vaak corporate identity genoemd. In die definitie gaat het over de stijl van het huis, en dat gaat verder dan puur visuele zaken. Het gaat ook over communicatie en over het gedrag van de organisatie en haar medewerkers. Deze 3 elementen (design, communicatie en gedrag) dienen evenveel aandacht te krijgen tijdens een huisstijltraject. Volgens professor C.B.S. Van Riel, in het boek "Identiteit en imago" van 2003, ligt het aandeel van de factor gedrag in de identiteit van een onderneming rond 90%. Design en communicatie maken dan de resterende 10%. Huisstijl wordt vaak verwaarloosd, dit kan noodlottige gevolgen hebben voor de onderneming.

    Huisstijl: enge definitie
    In de enge definitie zien we huisstijl als visuele identiteit van een organisatie. Het betreft uitsluitend het symbolische gedeelte van de bedrijfsidentiteit. Hieronder vallen naam, logo, kleur, typografie (lettertype), vormentaal (stramienen/vlakken/curves/opmaak) en fotografiestijl.

    Al deze elementen worden consistent gebruikt in presentaties of op briefpapier, visitekaartjes, offertes, facturen, enveloppen, de website, e-mails etcetera.

    Bij grote ondernemingen bewaakt doorgaans de communicatie-afdeling de huisstijl. Dit kan uiteenlopen van het aanreiken van hulpmiddelen om consistent naar buiten te treden (zoals powerpoint templates en digitale logo-bibliotheken) tot een meer politionele rol waarbij toegezien wordt op naleving van interne richtlijnen.


  • Microsoft Office PowerPoint: Is een computerprogramma van Microsoft dat deel uitmaakt van Microsoft Office. Het is een pakket waarmee vooral gemakkelijk presentaties gemaakt kunnen worden die bestaan uit meerdere dia's. Door het gebruik van een eenduidige opmaak kan men eenvoudig mooie, eenduidige presentaties maken. Vanaf de 2007-versie van PowerPoint zijn animaties mogelijk, bijvoorbeeld binnen het beeld schuivende tekst, of achter de schermen verdwijnende figuren.

    Tot aan versie 2002 werd het programma gewoon PowerPoint genoemd, vanaf versie 2003 werd het Microsoft Office PowerPoint om duidelijker te maken dat het een onderdeel was van de Microsoft Office suite. In het Nederlands wordt de merknaam PowerPoint ook wel gebruikt als soortnaam.

    Ook kan er gesproken woord en muziek worden ingevoegd. Door gebruik van hyperlinks kan men per dia verwijzen naar bijvoorbeeld andere presentaties en filmpjes. Bij gebruik van veel foto's in een presentatie (over bijvoorbeeld huwelijk of vakantie) kan men een dia maken met veel hyperlinks. Daardoor kan men kiezen waar een presentatie moet starten. Zo kan men makkelijk een gedeelte dat men al heeft gezien overslaan. In de laatste versie van PowerPoint 2003 is het standaard mogelijk een presentatie zelfstartend op cd te zetten inclusief een viewer. Daardoor kan de cd op elke computer worden afgespeeld, zonder dat er PowerPoint op de computer aanwezig hoeft te zijn.

    Een PowerPointpresentatie gebeurt vaak met behulp van een beamer, een projector die door een computer gestuurd wordt.


  • pantone: Pantone is de naam van een bedrijf dat kleurcoderingen publiceert. De coderingen, zoals PMS 200 ('Pantone Matching System'), zijn een eenduidige afspraak tussen alle partijen in een ontwerp- en productieproces (bijvoorbeeld ontwerper, textielleverancier en drukker). Het woord 'matching' ('overeenkomen, samenvallen') geeft aan dat het reproduceren van een bepaalde kleur een belangrijke doelstelling is; dit is geen vanzelfsprekendheid in ontwerp- en productieomgevingen.

    De eerste publicatie, in 1963, was vooral gericht op grafische ontwerpers, drukkerijen, en hun kleurtechniek CMYK. Op dit moment is de catalogus uitgebreid met vertalingen naar elektronisch gemaakte kleuren voor presentatie op beeldscherm.


  • presentatie: Presentatie Ė Het aan een publiek tonen en vertellen van informatie


  • visitekaartje: Een visitekaartje, ook wel naamkaartje genoemd, is een kartonnen kaartje waarop een personeelslid of freelancer zich kan presenteren aan anderen, door dit kaartje uit te delen. Ook een privťpersoon kan een visitekaartje hebben.

    Een visitekaartje kan worden gemaakt door een drukker, maar er zijn ook automaten waaruit men tegen betaling een stapeltje visitekaartjes kan halen in een standaard lay-out.

    Op het kaartje staat meestal vermeld:
    - Naam van degene die het uitdeelt, eventueel met titels
    - Functie
    - Bedrijfsnaam
    - Telefoonnummer(s)
    - Adresgegevens van het bedrijf waarvoor hij of zij werkt
    - Het logo (beeldmerk) van het bedrijf
    - E-mailadres
    - Adres van de website
    Visitekaartjes worden zowel enkelzijdig als dubbelzijdig gedrukt en soms ook eenmaal gevouwen. De gebruikte papiersoort is meestal houtvrij dun karton, bijvoorbeeld 300 g/m2.

    Sommige mensen laten hun visitekaartje beschermen met behulp van een lamineerapparaat. Ook was het een tijd hip om je visitekaartje als cd-rom uit te delen, met daarop bijvoorbeeld een bedrijfspresentatie. Deze cd-rom was in het formaat van een cd-single en er zijn zelfs rechthoekige exemplaren gemaakt die nauwelijks groter waren dan een normaal visitekaartje. Deze media konden 50 - 100 Mb aan data bevatten.

    Er bestaan speciale doosjes om visitekaartjes in te bewaren. Mensen die veel visitekaartjes krijgen van relaties bewaren deze in mappen die plastic bladzijden met vakjes bevatten in de maat van visitekaartjes.


  • website: Een professionele website op maat, webstek of web site (afgeleid van het woord wereldwijde web) is een verzameling samenhangende webpagina's met mogelijk andere data, zoals afbeeldingen en video's, die gehost worden op een of meerdere webservers en meestal toegankelijk zijn via het Internet.

    Een webpagina is een document, typisch geschreven in (X)HTML dat vrijwel altijd beschikbaar is via HTTP, een protocol waarmee een webserver communiceert met een client (meestal de webbrowser van een gebruiker).

    Een webbrowser vertaalt het HTTP bericht in bruikbare informatie voor de gebruiker zoals het tonen van een webpagina.

    Alle publiek toegankelijke websites worden over het algemeen collectief benoemd als het "wereldwijde web" wat weer een deel van een bepaalde laag van het Internet vormt.

    Een kern eigenschap van het wereldwijde web vormt de hyperlink, een deel van het concept Hypertext, hiermee kan een gebruiker direct naar een specifieke tekst of ander digitale entiteit doorspringen.

    De webpagina's van een website zijn meestal toegankelijk via een specifieke node (URI). Vaak wordt deze specifieke startnode de homepage genoemd. De URI's van de webpagina's zijn meestal georganizeerd in een hierarchy. De hyperlinks tussen de webpagina's geven echter per gebruiker een andere representatie van de betreffende website.

    Belangrijke standaarden rondom het wereldwijde web worden onder andere beheerd en uitgebreid door voorstellen door het World Wide Web Consortium, beter bekend als het W3C. De directeur van het W3C is Tim Berners-Lee, die in 1991 HTML voorstelde, als subset van het complexere SGML als vervolg op de hypertext achtige implementatie Gopher (het WWW is daarmee nog steeds geen hypertext systeem). Naast verschillende andere initatieven bleek HTML uiteindelijk het succesvolst.


  • xml: eXtensible Markup Language (XML) is een standaard voor het definiŽren van formele markup-talen voor de representatie van gestructureerde gegevens in de vorm van platte tekst. Deze representatie is zowel machineleesbaar als leesbaar voor de mens.

    Met andere woorden: XML is een bepaalde manier om gegevens gestructureerd vast te leggen. Deze manier is gedefinieerd en mag door iedereen gebruikt worden. Het is ontworpen om zowel door een programma als door een mens leesbaar te zijn. XML is niet alleen geschikt om gegevens in op te slaan maar wordt veel gebruikt om gegevens via het internet te versturen. De AJAX-methodiek maakt van XML gebruik.

    XML is een vereenvoudigde vorm van SGML, Standard Generalized Markup Language, een heel complexe standaard om de structuur van documenten vast te leggen.

    Een eerdere code die is afgeleid van SGML is HTML HyperText Markup Language. HTML heeft voor een doorbraak in SGML-achtig vormgegeven tekst gezorgd, maar gegevens die op een HTML-pagina staan zijn voor computers niet als zodanig te herkennen.


top ^