Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor "grafisch"


  • Adobe Photoshop: Adobe Photoshop is een grafisch programma ontwikkeld door Adobe voor het bewerken van foto's en ander digitaal beeldmateriaal via de computer. Photoshop is beschikbaar voor Mac OS X en Windows. Tot en met versie 4 bestond er ook een Unix-variant. Tegenwoordig kunnen Linux- en UNIX-gebruikers een beroep doen op CodeWeaver's Crossover Office (Wine) om de Windowsversie van Photoshop ook onder X Window System te laten draaien.

    Photoshop is gericht op professionele gebruikers. Voor minder veeleisende gebruikers is er het goedkopere Adobe Photoshop Elements dat een licht andere functionaliteit biedt. Het heeft bijvoorbeeld, in tegenstelling tot Photoshop, een voorziening om grote hoeveelheden afbeeldingen te beheren.

    Door velen wordt Photoshop beschouwd als de industriestandaard voor zowel drukwerk en DTP als voor het web wat betreft digitale beeldbewerking.

    De schermindeling met verplaatsbare paletten (floating palets) is door tal van andere softwaremakers in hun producten overgenomen. Ook het werken met lagen vanaf versie 3 (transparante lagen met objecten - tekst, afbeeldingen, kleuren- die boven elkaar kunnen worden geplaatst waarbij de originele afbeelding intact blijft) is een maatstaf waaraan alle andere grafische pakketten worden afgewogen.

    Photoshop kan overweg met filters (en ook plugins van derden), maskers, laageffecten enz. Vanaf versie 5 is het programma sterk uitgebreid met functies voor webexport. Zo maakt het aanvullende programma Image Ready het mogelijk afbeeldingen te knippen (slice) met elk een eigen adres (image map) of in tabellen te exporteren, compleet met javascript- en HTML-code. De "bewaren voor het web"-functie kan JPEG-, PNG- of GIF-afbeeldingen optimaliseren en comprimeren voor webpublicatie.

    Photoshop wordt ook gebruikt om beelden te retoucheren of kleurcorrectie te doen.


  • animatie: Animatie is de illusie van beweging door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden, zogenaamde frames. Dit komt in het dagelijkse leven het meeste voor op het internet, in tekenfilms en tekenfilmseries en animatiefilm. Grafische computerformats zoals GIF, MNG, SVG en Flash zorgen voor de animaties op computers en het internet.


  • banners: Een banner (Engels voor wimpel, banier) is een grafische reclame-uiting op het internet. Door op een banner te klikken wordt een pagina geopend waar meer informatie over het geadverteerde te vinden is. De banner is oorspronkelijk uitgevonden door "Sidney Suyat"


  • DCS: Desktop Color Seperation (desktop kleurscheiding) is een methode waarbij je op het beeldscherm kleurscheidingen van een digitaal beeld produceert en opslaat. Deze opgeslagen informatie is rechtstreeks op een postscriptprinter of een fotografische belichter af te drukken.


  • densiteit: Donkerheidgraad van een ontwikkeld fotografisch beeld of inktdekking in een afdruk.
    De zwarting van een oppervlak of doorzichtige laag.

    Densiteit is letterlijk dichtheid. D is een afkorting voor de optische densiteit.
    Met D wordt bedoeld de logaritme van het omgekeerde van de reflectie R.


  • digitaal drukken: Digitale printers bestaan al sinds de 70-er jaren, maar zijn vooral de laatste 10 jaar sterk in opkomst als alternatief voor de traditionele druktechnieken. Los van de techniek is het grootste verschil met de traditionele druktechnieken dat de vaste kosten per drukwerkopdracht heel laag (virtueel nul) zijn. Daarentegen zijn de variabele kosten per vel veel hoger dan bij traditioneel drukwerk. Als gevolg hiervan is digitaal drukken vooral in het voordeel bij kleinere oplages en voor spoedklussen. De gemiddelde oplage van drukwerk is al sinds de jaren negentig aan het dalen. Ook de gewenste doorlooptijd van drukwerk wordt steeds korter omdat opdrachtgevers steeds meer gewend zijn dat in de digitale wereld alles instantaan kan. Beide trends stimuleren het gebruik van digitaal drukwerk.

    Digitale printers zijn in hoofdlijnen in 2 technologieŽn te verdelen: electrofotografisch en inkjet. Electrofotografische printers werken volgens hetzelfde principe als de bekende laserprinters, maar dan groter, sneller en betrouwbaarder.

    Fabrikanten van produktieprinters zijn onder meer Ocť, Kodak, Xerox, Canon en Infoprint.

    Professionele inkjetprinters werken globaal volgens hetzelfde principe als inkjetprinters voor consumenten. Vooral voor groot formaat drukken (alternatief voor zeefdruk) is inkjet al jaren de dominante technologie. Belangrijke leveranciers zijn hier o.a. Ocť, Mutoh, Vutek en Roland. Sinds enkele jaren is inkjet ook in opkomst als alternatief voor offsetdrukken. De nieuwste producten zijn qua snelheid al vergelijkbaar met sommige offsetpersen.


  • digitale beeldbewerking: Digitale beeldbewerking of fotobewerking is het bewerken van afbeeldingen die op een computer gemaakt zijn of die gedigitaliseerd zijn of uit een andere digitale bron (zie digitale fotografie) gemaakt zijn. Ook wanneer er een afbeelding gescand is, d.w.z. vervaardigd met een scanner, waarbij een afdruk als een digitaal bestand opgeslagen wordt, wordt vaak naderhand m.b.v. een grafisch programma de afbeelding bewerkt.

    De bewerking dient ervoor om het beeld te verbeteren, of om een artistieke bewerking toe te passen of om de aandacht meer op een bepaald onderdeel te richten.


  • DPI: DPI is Dots per Inch, maar ook Pixels per Inch (eigenlijk PPI).

    Over DPI en PPI bestaat in de grafische wereld wat verwarring. Waar men in de grafische industrie spreekt over DPI, bedoelt men in feite PPI. Maar DPI is inmiddels dusdanig ingeburgerd, dat niemand nog echt valt over deze spraakverwarring.

    Onderstaand de juiste uitleg:

    DPI als Pixels per Inch (PPI):
    Eenheid van de resolutie van uitvoerapparatuur (zoals belichters en printers) uitgedrukt in pixels per strekkende inch. De norm voor kleurenfoto's is 300 dpi (ppi).

    DPI als Dots per Inch:
    Het aantal inktstippen per strekkende inch die bij het drukken op het papier terechtkomen. Dot (engels) is stip of punt. Bij een kleurendruk is de DPI in Dots per Inch een veelvoud van de DPI in Pixels per Inch.


  • DTP: Desktoppublishing, of DTP, is het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk, en die dus meestal bestemd zijn voor publicatie, zoals boeken, tijdschriften, brochures, en dergelijke, met gebruik van een pc. Desktoppublishingsoftware, zoals QuarkXPress of Adobe InDesign, is speciaal ontworpen hiervoor. In het algemeen vervangen deze programma's de tekstverwerkers en grafische programma's niet, maar worden ze gebruikt om de inhoud die met deze programma's gemaakt is te verzamelen en te verwerken: tekst, rasterafbeeldingen (zoals afbeeldingen die bewerkt zijn met Adobe Photoshop) en vectorafbeeldingen (zoals tekeningen/illustraties die gemaakt zijn met Adobe Illustrator, of CorelDraw). Wanneer het materiaal klaar is voor publicatie, kan DTP-software deze uitvoeren als Postscript of Adobe PDF, die vervolgens door commerciŽle drukkers kan gebruikt worden om drukplaten te maken.


  • grafisch ontwerp: Grafisch ontwerp Ė Grafische vormgeving is het visueel vormgeven van ideeŽn in verschillende media, met als doel om mensen iets mee te delen. Dit vereist de inzet van zowel artistieke als technische vaardigheden. Bij grafische vormgeving wordt zowel visuele expressie als creativiteit nagestreefd in de presentatie van tekst en afbeeldingen.


  • grafisch vormgever: Een grafisch vormgever is een persoon die de grafische vormgeving doet. Het beroep mag niet verward worden met een grafisch ontwerper of designer. Een vormgever is meer bezig met de techniek en de beheersing ervan dan een designer, art-director of ontwerper. Zo tracht hij zoveel mogelijk te weten van programmatuur zoals Adobe InDesign of QuarkXPress. In vroegere tijden was dat natuurlijk meer met de film of nog eerder met loden letters.

    Hij/zij bepaalt binnen de huisstijl de lay-out (indeling), de typografie, de beelddragersoort (papier, schermondergrond, e.d.), het kleurgebruik en de illustratie-/fotosoort. Meestal vervaardigt hij/zij de illustraties of foto's zelf. Een vormgever kan ook zelf een huisstijl maken, zelfstandig of in samewerking met derden zorgen voor een creatieve compositie.

    Een vormgever is niet altijd bij de presentatie van het eindproduct van het ontwerp; dat wordt voornamelijk door communicatie-medewerker, art-director en/of ontwerper gedaan. Zij gaan dan langs bij de klant. Deze bevindingen gaan zij dan weer later verder communiceren met de vormgever. Tot slot bewaakt de vormgever de toepassing en zoekt wanneer nodig naar oplossingen voor eventuele verdere uitbreidingen en of uitingen (bijv. DTP, illustratie, web-layout en/of fotomateriaal) en de technische verwerking (bijv. reproductie, interface-opbouw) van het ontwerp, zodat dit blijft zoals hij bedoeld is.

    Bij de uitwerking van een opdracht houdt de vormgever o.a. rekening met de doelgroep en de door de opdrachtgever/cliŽnt gestelde eisen. Hij houdt hierbij de stelling 'Vorm volgt Functie' erop na. Bij de vormgever is het belangrijk dat vorm niet de functie overtreft maar dat ze elkaar complementeren. Ook de financiŽle mogelijkheden en de technische verwerking van het ontwerp houdt hij in de gaten. Een vormgever zal daarnaast trachten bestaande inhoudelijke functionaliteiten te versterken (bijv. optimale leesbaarheid door juiste toepassing van typografie). Ook zal hij/zij trachten extra functionaliteiten toe te voegen door middel van de vorm (bijv. signaalkleur als blikvanger voor de belangrijkste informatie). Hij/zij geeft daarbij tevens adviezen aan de opdrachtgever om tot een optimaal eindproduct te komen.


  • grafische termen in 4 talen (vertalingen): Onderstaand een overzicht van vertalingen van een selectie van de meest gebruikte grafische termen.
    NederlandsEngelsDuitsFrans
    aanleverdatum materiaaldelivery date of materialAnliefertermin des Materialsdata de remise de matériel
    advertentieadvertisementAnzegeannonce
    advertentiekolomadvertising-columnAnzeige spaltecolonne de publicité
    aflopendbleedablaufendformat plein papier
    afwerkingfinishingNachverarbeitungfinissage
    binnenwerkinside workinner Lagenintérieur
    bladspiegeltype pageSchriftspiegelformat d'une page
    breedte x hoogtewidth x depthBreite x Hohelargeur x hauteur
    brochurebrochureFaltbladbrochure
    diepdrukgravure printingTiefdruckhéliogravure
    filmfilmFilmfilm
    foliedrukfoil stamp--
    formaatformatFormatformat
    garenloos gebrocheerdadhesive or perfect bindingKlebebindungbrochure sans couture
    gehecht gebrocheerdsaddle stitchingRückstichheftungpiqûre à cheval
    genaaid gebrocheerdpaperboundbroschiertbroche livre de poche
    gestreken papierglazed papersatiniertes Papierpapier satiné
    holnietjeeyelet / ring stapple - -
    houthoudend papiermechanical (wood) paperholz Papierpapier avec bois
    houtvrij papiergroundwood free paperholzfreies Papierpapier sans pâte mécanique
    krantnewspaperTageblattgazette
    laminerento laminatekaschierenlaminer
    leverdatumdelivery dateAblieferungstermindate de livraison
    litho'slithoVorlage auf filmtypon
    machine coatedmachine coatesMaschineengestrichencouché machine
    matchprintmatchprintmatchprintmatchprint
    mat gesatineerddull finishmattgeglättetapprèt mat
    offertequotationKosten(vor)anschlagdevis
    omslagcoverUmschlagcouverture
    oognietjesloopstitch(ed)--
    oplageimpressionAuflagetirage
    papierpaperPapierpapier
    pregento embossprägengaufer
    prijspricePreiseprix
    printprintAusdrucklistage
    proef(drukproef)proofProbedrucképreuve
    rasterscreenrastertrame
    rilcreaseRillerainure
    rotatie offsetweb-fed offsetOffsetrollenrotationoffset à bobines
    schoongesnedencut edgesbeschnittentranches rognées
    schoongesneden formaattrimmed sizeEndformatformat fini
    slitten (slitsen)to kiss die cut or face cut--
    snijteken
    snijlijn
    cutting marks
    trim marks
    Schnittmarken
    Beschnittmarken
    repères de coupe
    repères de rogne
    stansento diecutstanzencouper à la forme
    tijdschriftmagazineZeitschriftjournal
    titelheadinguberschrifttitre
    vellen offsetsheet fedbogendrukmarfe en feuilles
    vernissento lacquer (varnish)lackierenlacquer
    vouwento foldfalzenplier
    zeefdruk(silk)screen printingSiebdrucksérigraphie


  • holohrafie / hologram: Fotografiemethode waarbij met een laser een foto wordt gemaak met een driedimensionaal effect. Is een dure techniek.
    Een hologram wordt ook in foliedruk gebruikt als extra beveiliging van waardedrukwerk. Bijvoorbeeld op geld of creditcards.
    Naast een keuze uit tientallen soorten kant-en-klare folies met holografische patronen, bestaat er tevens de mogelijkheid een uniek hologram te laten vervaardigen.


  • html: HyperText Markup Language (afgekort HTML) is een computertaal (meer specifiek, een opmaaktaal) voor de specificatie van documenten op het World Wide Web.

    Daarnaast is HTML een opmaaktaal zoals vele andere, met notaties voor het aangeven van nadruk in tekst, van kopjes, van indeling in paragrafen, van tabellen, en van plaatjes en multimedia (die echter zelf niet in HTML worden gespecificeerd).

    HTML bestaat uit platte tekst waarin met markeringstekens is aangegeven hoe de tekst moet worden geÔnterpreteerd, bijvoorbeld als lijst of als opschrift. Zo'n markering wordt (naar het Engels) een tag genoemd - er is geen goed Nederlands woord voor. HTML wordt meestal bekeken met een webbrowser, een programma dat HTML-documenten opvraagt en als opgemaakte tekst aan de gebruiker toont.

    In de loop der jaren is het aantal verschillende markeringstekens (tags) dat in HTML wordt gebruikt, enorm uitgebreid. Om interpretatieproblemen te voorkomen heeft het World Wide Web Consortium (W3C) aanbevelingen opgesteld over welke tags geldig zijn en hoe ze moeten worden geÔnterpreteerd. De oorspronkelijke aanbeveling is een aantal malen geactualiseerd in verband met verdere ontwikkeling van HTML. De laatst geaccepteerde aanbeveling, HTML 4.01, dateert van december 1999.

    Sinds het ontstaan van HTML zijn er pogingen gedaan om het tot een exact gestructureerde taal te maken, door te eisen dat de syntaxis van de tags exact gevolgd wordt en hun combinatie aan een precieze grammaticale definitie voldoet. Dit is gedaan door de syntaxis van elke versie van HTML te beschrijven als een toepassing van SGML, en later XML. Dit is een wezenlijke voorwaarde om een uniforme interpretatie van HTML door software te kunnen garanderen. De meeste gebruikers en softwareontwikkelaars hebben zich hier nooit veel van aangetrokken, met als gevolg dat HTML-verwerkende software in de praktijk niet op het correct gebruik van tags mag rekenen, en de eindgebruiker niet op een consistente interpretatie.

    Een tweede continue trend in de ontwikkeling van HTML vormden de pogingen om het tot een structurele (of logische) opmaaktaal te maken, waarbij de tags in het document alleen structuur en algemene eigenschappen van de tekst aangeven, terwijl de details van de presentatie apart van het document worden gespecificeerd. Dit heeft als voordelen dat de opmaak ineens kan worden gewijzigd voor alle documenten tegelijk en dat er verschillende manieren van opmaken kunnen worden gebruikt die bijvoorbeeld toegesneden kunnen zijn op de eigenschappen van de gebruiker (misschien kleurenblind of blind) of het weergevende apparaat (misschien een klein beeldscherm of zwart-wit-papier). Om historische redenen is dit aanvankelijk totaal mislukt, waardoor HTML een grote hoeveelheid presentatiespecifieke tags heeft gekregen, maar uiteindelijk toch doorgezet, waardoor in moderne HTML een nette scheiding van presentatiespecificatie mogelijk is, met behulp van CSS. Daarbij blijft gelden dat HTML niet ontworpen of geschikt is voor het ondersteunen van willekeurige paginavormgeving.

    HTML zelf voorziet alleen in zeer eenvoudige gebruiksinteractie:

    * het aanklikken van verwijzingen
    * het invullen van tekstvelden
    * het klikken in afbeeldingen

    Een min of meer gestandaardiseerde vorm om andere soorten interactie te ondersteunen is het inbedden van scripts geschreven in de taal Javascript. Daarbij blijft gelden dat HTML niet ontworpen of geschikt is voor het ondersteunen van willekeurige grafische user interfaces.

    Het derde doorlopende thema in de ontwikkeling van HTML is het spanningsveld tussen innovatie en standaardisering. De concurrentiestrijd tussen producenten van webbrowsers heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van HTML. Producenten ontwikkelden op eigen houtje nieuwe tags, die vaak niet door andere webbrowsers werden begrepen, hadden eigen interpretaties van stylesheets en een eigen interpretatie van JavaScript. Sommige van deze HTML-tags zijn later opgenomen in de aanbevelingen, andere niet. Ook nu nog zijn daarvan relicten te vinden in moderne browsers.


  • JDF: JDF (Job Definition Format) is een op XML gebaseerd, standaard bestandsformaat in de grafische industrie dat is ontwikkeld om de uitwisseling van informatie te stroomlijnen tussen verschillende toepassingen en systemen.
    Dit bestandsformaat helpt bij het samenvoegen van creatieve, prepress-, afwerkings-, productie- en managementinformatiesystemen (MIS) door de eerste stap te bieden in de richting van open integratie.


  • logo: Een logo (of beeldmerk) is een teken of symbool dat een woord vertegenwoordigt. Het is een grafische uiting die bijvoorbeeld met een bedrijfs- of productnaam geassocieerd wordt.

    Een logo kan bestaan uit een tekening, een duidelijk of juist een nietszeggend symbool. Een logo kan ook geheel geÔntegreerd worden met het te vertegenwoordigen woord. In dit laatste geval is het lettertype en kleurkeuze van de letters het 'logo'. Men spreekt over beeldmerk, omdat door de combinatie van grafische elementen, lettertype en kleurkeuze immers een specifiek beeld ontstaat. Het woord "logo" komt van het Griekse woord "? ?????", wat kan worden vertaald als "woord".


  • logo ontwerp: Een beeldmerk of logo is een grafische uiting die met een bedrijfs- of productnaam geassocieerd wordt. Het woord "logo" is afgeleid van het Griekse woord "?????", dat kan worden vertaald als "woord".


  • merk: Een merk is een bepaald woord of afbeelding (of een geluid of een kleur) waarvoor geldt dat er iemand (de merkhouder) is, die het als enige mag gebruiken binnen een regio voor een bepaald handelsdoel. Een merk kan bijvoorbeeld door een bedrijf geregistreerd worden om in de Benelux in juwelen te handelen. Daarna mag niemand anders in de Benelux in juwelen handelen onder die naam.

    Volgens het Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom worden als merken beschouwd "alle tekens die vatbaar zijn voor grafische voorstelling, met name woorden, met inbegrip van namen van personen, tekeningen, letters, cijfers, vormen van waren of verpakking, mits zij de waren of diensten van een onderneming kunnen onderscheiden".


  • offsetdruk: Offsetdruk is ťťn van de meest gebruikte druktechnieken. De techniek is een vorm van vlakdruk. Veel handelsdrukwerk, kranten en tijdschriften worden met offset gedrukt.

    [bewerk] De techniek

    De drukvorm wordt over het algemeen genomen uit een dunne aluminium plaat waar via fotografische weg een beeld is aangebracht. Om een afdruk te krijgen van deze offsetplaat moet deze eerst vochtig worden gemaakt. Alle niet-beeld-delen nemen dit vocht aan. Daarna wordt de vettige inkt aangebracht. Aangezien de natte niet-beeld-delen de inkt afstoten, wordt deze alleen op de beelddelen aangenomen.

    De inkt wordt nu door een rubberdoek van de plaat genomen, en overgezet op het papier.

    Tegenwoordig maakt men onderscheid tussen conventionele offset-platen, dat wil zeggen platen die met behulp van een film door een sterke ultraviolette lamp belicht moeten worden (plaatkopie), en computer-to-plate (CtP) waarbij de offsetplaat met behulp van een computergestuurde laserstraal belicht wordt. Niet alleen wordt op de laatste manier de tijd en arbeid kostende plaatkopie overbodig, ook is de kwaliteit van het uiteindelijke drukwerk hoger en stabieler.

    Offsetdruk laat zich goed gebruiken voor hoge oplagen die snel gedrukt dienen te worden zoals een dagblad. Veruit de meeste krantenpersen zijn gebaseerd op het offsetprincipe. Een enkele drukkerij in Engeland gebruikt het flexo-principe (stempelkussenachtig) maar de daar gebruikte inkten zijn slecht recycleerbaar en daardoor minder geliefd door de overheid.

    Bij een fullcolourproductie (de vierkleurendruk - CMYK - cyaan, magenta, yellow, key) gaat het te bedrukken vel langs vier afzonderlijke drukwerken. Het is natuurlijk van het grootste belang dat de vier afzonderlijke kleuren precies op elkaar gedrukt worden. Om dit te garanderen kan hulpapparatuur worden geÔnstalleerd.


  • pantone: Pantone is de naam van een bedrijf dat kleurcoderingen publiceert. De coderingen, zoals PMS 200 ('Pantone Matching System'), zijn een eenduidige afspraak tussen alle partijen in een ontwerp- en productieproces (bijvoorbeeld ontwerper, textielleverancier en drukker). Het woord 'matching' ('overeenkomen, samenvallen') geeft aan dat het reproduceren van een bepaalde kleur een belangrijke doelstelling is; dit is geen vanzelfsprekendheid in ontwerp- en productieomgevingen.

    De eerste publicatie, in 1963, was vooral gericht op grafische ontwerpers, drukkerijen, en hun kleurtechniek CMYK. Op dit moment is de catalogus uitgebreid met vertalingen naar elektronisch gemaakte kleuren voor presentatie op beeldscherm.


  • webdesign: Webdesign is het maken en vormgeven van alle websites in het internet. Webdesign vertoont gelijkenissen met het grafisch ontwerpen van traditioneel drukwerk, maar er zijn opvallende verschillen. Zo zijn kunnen video en audio deel uitmaken van webdesign en verloopt de interactie met de toeschouwer anders. Vanwege de technische aspecten is een webdesigner naast vormgever veelal ook programmeur.

    Structuur
    In tegenstelling tot de traditionele structuur van boeken, met een inhoudsopgave, verschillende indexen, een hoofdstukindeling en dergelijke, worden websites over het algemeen minder lineair vormgegeven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse menu's, zoekfuncties en soms ook loginfuncties om delen van de inhoud af te schermen van het grote publiek. Een manier om oriŽntatiemogelijkehden in een website te bieden is de zogenaamde broodkruimelnavigatie, waarbij het door de gebruiker gekozen pad in de boomstructuur van de website op elke pagina is aangegeven.

    Opmaak
    De inhoudelijke samenhang van de boodschap van een website, wordt met computercommando's in de tekst aangegeven. Doorgaans worden hiervoor HTML-codes opgeven. Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van een stylesheet. Daarin worden aanwijzingen vastgelegd over de gewenste weergaven van bepaalde html-elementen zoals lettertypes, kleuren en achtergrondafbeeldingen en ook de positionering van en spatiŽring tussen elementen op de site. Door meerdere webpagina's aan eenzelfde stylesheet te koppelen, is het eenvoudiger om de hele site in een uniforme opmaak te presenteren. De uiteindelijke weergave is echter voor de designer niet volledig in de hand te houden, omdat verschillende lezer verschillende apparaten zullen gebruiken om zijn websites te raadplegen.

    Dynamische en interactieve webpagina's
    Naast statische opmaakelementen kunnen er ook dynamische elementen worden toegevoegd zoals mouseovers, webvideo's en dergelijke, maar ook afzonderlijke interactieve onderdelen, bijvoorbeeld een landkaart waarvan elk onderdeel afzonderlijk aanklikbaar is. Voor het toevoegen van dynamische en interactieve elementen bestaan allerlei technieken: Javascript, Dynamic HTML, Adobe Flash. Deze sites leveren vaak echter problemen op voor mensen met tekstbrowsers als Lynx en voor bijvoorbeeld blinden die surfen met een spraakbrowser of brailleleesregel, omdat er geen alternatieve inhoud wordt aangeboden.

    Weergave
    Websites zien er niet op iedere computer en in iedere browser identiek uit. HTML wordt door elke computer/browser afzonderlijk geÔnterpreteerd en weergegeven. Een webdesigner dient voor reguliere websites rekening te houden met deze pluriforme weergave.

    De resolutie is de grootte van het scherm, gemeten in pixels. De resolutie kan per gebruiker variŽren. Een grote resolutie biedt vooral meer ruimte in de breedte, de lengte is over het algemeen minder van belang omdat dat wordt opgevangen door scrollen. Een ontwerp dat niet uitgaat van vaste beeldschermafmetingen noemt men wel liquid design, de inhoud "vloeit" hier als het ware in de beschikbare ruimte.
    De kleurendiepte geeft aan hoeveel kleuren het scherm kan weergeven. In het verleden was 256 kleuren gangbaar en moest daar rekening mee worden gehouden. In die tijd zijn de webkleuren ontstaan. Tegenwoordig zijn hoge kleurendiepten echt normaal.
    De kleurweergave kan verschillen per scherm. Op sommige computers is een programma geÔnstalleerd dat gammacorrectie uitvoert, waardoor kleuren worden aangepast. Het maakt ook verschil of er een CRT- of TFT-beeldscherm wordt gebruikt.
    De soort webbrowser is ook van belang. Browsers hebben ieder een eigen interpretatie van de code van een webpagina. Door het W3C zijn standaarden ontwikkeld over hoe de code moet worden geÔnterpreteerd. De browsers houden zich daar nog niet altijd volledig aan, vooral Internet Explorer is voor ontwikkelaars vaak een zorgenkind.
    Afgezien van zulke technische weergave elementen, verwachten ook (kleuren)blinde, slechtziende of dove gebruikers dat een website ook voor hen raadpleegbaar is.

    Werkwijze
    De bouw van een website gaat in verschillende stappen. Elke stap kan worden uitgevoerd door een andere, op het betreffende gebied gespecialiseerde persoon. Vaak[bron?] wordt er bij het maken van een nieuwe website eerst een grafische opzet van de gehele webpagina gemaakt in de vorm van een enkel JPEG-bestand. Dit bestand gaat vergezeld van een aantal afzonderlijke plaatjes die gebruikt gaan worden als losse grafische elementen. De tekstuele inhoud krijgt wel een plaats, maar het opstellen van de teksten is een ander proces.

    De grafische opzet wordt vervolgens omgezet in HTML, waarin de bijgeleverde grafische elementen worden gebruikt. Ook op dit moment is de tekstuele inhoud nog bijzaak. Als tekst wordt vaak het Lorem ipsum gebruikt. Op dit moment kan worden getest hoe de code eruitziet in verschillende omstandigheden. Ten slotte wordt de interactiviteit toegevoegd en worden de uiteindelijke teksten in de verschillende pagina's van de website geplaatst. Het is mogelijk dat het om een dynamische website gaat, waar de inhoud met behulp van een CMS aangepast kan worden. De codering van dit server-sidegedeelte valt echter niet onder webdesign.

    Toegankelijkheid
    Met de opkomst van smartphones, PDA's en andere (persoonlijke) apparaten die toegang hebben tot het internet, veranderen ook de eisen die gesteld worden aan een website. Het lijkt niet eenvoudig om bij het ontwerp en de bouw zicht te houden op de uiteenlopende vormen van gebruik die inmiddels mogelijk zijn. Met behulp van de webstandaarden die onder meer door het W3C zijn ontwikkeld, kan er toch voor worden gezorgd dat een site onder al die gebruikersomstandigheden bruikbaar is. Zo is HTML bedoeld om de inhoud van een webpagina van structuur te voorzien, CSS om de (grafische) stijl vast te leggen en de combinatie ECMAScript/DOM om interactiviteit aan een pagina toe te voegen. Een voordeel is dat al die componenten los van elkaar kunnen worden ontwikkeld en beheerd. Sterker nog: als zaken als inhoud, stijl en/of scripting worden gemengd, zal dat onmiddellijk een negatieve invloed hebben op de bruikbaarheid van een webpagina voor andere toepassingen dan een pc-met-beeldscherm-en-Internet-Explorer. Omdat het gebruik van andere browsers, besturingssystemen en webapparaten gestaag toeneemt, wordt het voor webdesigners steeds belangrijker om rekening te houden met dergelijke vormen van gebruik.


  • web-eye: Web-Eye is een webmodule gebaseerd op een CMS-systeem die een volledig vrije opmaak van een website naar uw wensen toelaat, eigenlijk een softwarepakket waarvoor u enkel uw webbrowser nodig hebt. De initiŽle opmaak gebeurt door ons webdesign-team.
    1.Omschrijven van het doel van de site.
    2.Opstellen van een planning
    3.Indeling bepalen
    4.Lay-out bepalen
    5.Grafische en technische uitwerking / website ontwerp
    6.Optimaliseren van de inhoudelijke invulling
    7.Opzetten van een testplatform
    8.Lancering van de site

    Verder onderhoud en opvolging kan volledig door u gebeuren.

    Heel belangrijk is dat bij het opbouwen van de site veel aandacht wordt besteed aan juiste en gestructureerde informatie. De info mag niet te lang zijn, moet goed gestructureerd zijn en onmiddelijk verstaanbaar. De klant moet goed zijn weg vinden op uw site en op een korte maar krachtige manier de basisinformatie krijgen. Het moet ook boeiend zijn, zo houdt u iemand op je site.


  • www: Het WWW is ontwikkeld vanaf 1991 door de Engelse softwareontwikkelaar Tim Berners-Lee en diens projectmanager de Belg Robert Cailliau, die toen werkzaam waren op CERN, het Europese instituut voor kernfysica in GenŤve. Doel van het WWW was om de informatieuitwisseling te vergemakkelijken tussen de wetenschappers die samenwerken in de veelal internationale projecten van CERN. Het doel was om een wiki-achtige omgeving op te zetten waarin projectdocumentatie en andere informatie wordt aangemaakt en bijgehouden in een gemeenschappelijk gemaakte hypertext die direct over het internet te bekijken en te wijzigen is. Aangenomen mocht worden dat elke deelnemer een computer met internetverbinding had, maar niet mocht worden aangenomen dat elke deelnemer ook hetzelfde soort computer met dezelfde soort grafische mogelijkheden en hetzelfde operating system had; vandaar dat het WWW van meet af aan platformonafhankelijk is geweest.

    WorldWideWeb was de naam voor zowel het project als de software die ervoor geschreven werd. De software werd door Berners-Lee ontwikkeld op de NeXT in Objective C. Daarna werd de code vertaald naar C zodat ook voor andere platforms WWW-software geschreven kon worden. Het NCSA maakte op basis van deze code in 1992 de grafische webbrowser Mosaic, die de doorbraak voor het WWW betekende, en ook een eigen webserver, en voerde tal van innovaties door. Binnen een jaar steeg het aantal webservers van een handjevol naar duizenden en werd het WWW een standaardvoorziening die even belangrijk was als e-mail. Zowel de code van CERN als die van NCSA waren open source, waardoor het ook voor derden (zoals Microsoft) relatief gemakkelijk was om WWW-software te ontwikkelen.


top ^