Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor "drukwerk"


  • Adobe Photoshop: Adobe Photoshop is een grafisch programma ontwikkeld door Adobe voor het bewerken van foto's en ander digitaal beeldmateriaal via de computer. Photoshop is beschikbaar voor Mac OS X en Windows. Tot en met versie 4 bestond er ook een Unix-variant. Tegenwoordig kunnen Linux- en UNIX-gebruikers een beroep doen op CodeWeaver's Crossover Office (Wine) om de Windowsversie van Photoshop ook onder X Window System te laten draaien.

    Photoshop is gericht op professionele gebruikers. Voor minder veeleisende gebruikers is er het goedkopere Adobe Photoshop Elements dat een licht andere functionaliteit biedt. Het heeft bijvoorbeeld, in tegenstelling tot Photoshop, een voorziening om grote hoeveelheden afbeeldingen te beheren.

    Door velen wordt Photoshop beschouwd als de industriestandaard voor zowel drukwerk en DTP als voor het web wat betreft digitale beeldbewerking.

    De schermindeling met verplaatsbare paletten (floating palets) is door tal van andere softwaremakers in hun producten overgenomen. Ook het werken met lagen vanaf versie 3 (transparante lagen met objecten - tekst, afbeeldingen, kleuren- die boven elkaar kunnen worden geplaatst waarbij de originele afbeelding intact blijft) is een maatstaf waaraan alle andere grafische pakketten worden afgewogen.

    Photoshop kan overweg met filters (en ook plugins van derden), maskers, laageffecten enz. Vanaf versie 5 is het programma sterk uitgebreid met functies voor webexport. Zo maakt het aanvullende programma Image Ready het mogelijk afbeeldingen te knippen (slice) met elk een eigen adres (image map) of in tabellen te exporteren, compleet met javascript- en HTML-code. De "bewaren voor het web"-functie kan JPEG-, PNG- of GIF-afbeeldingen optimaliseren en comprimeren voor webpublicatie.

    Photoshop wordt ook gebruikt om beelden te retoucheren of kleurcorrectie te doen.


  • cacheren: Het op-, om- en/of tegenplakken van drukwerk op een kartonnen of kunststof ondergrond.


  • courantdruk: Houthoudend machineglad papier, meestal gebruikt voor kranten en ander goedkoop drukwerk. Het papier bevat weinig lijm en weinig tot geen vulstoffen.


  • densitometer: Elektronisch instrument waarmee de densiteit of toonwaarde gemeten kan worden ter controle van het drukwerk (de kleurintensiteit is in de hele oplage gelijk).
    Het apparaat bestaat uit een lichtbron, lenzen die een lichtbundel onder een bepaalde hoek op het te meten oppervlak werpen en een fotocel die het gereflecteerde licht meet.
    De hoek van lichtinval en van reflectie kan verschillend zijn. Bij het meten van de densiteit van kleuren schakelt men filters in, waardoor men uiteindelijk toch de 'zwarting' meet.


  • digitaal drukken: Digitale printers bestaan al sinds de 70-er jaren, maar zijn vooral de laatste 10 jaar sterk in opkomst als alternatief voor de traditionele druktechnieken. Los van de techniek is het grootste verschil met de traditionele druktechnieken dat de vaste kosten per drukwerkopdracht heel laag (virtueel nul) zijn. Daarentegen zijn de variabele kosten per vel veel hoger dan bij traditioneel drukwerk. Als gevolg hiervan is digitaal drukken vooral in het voordeel bij kleinere oplages en voor spoedklussen. De gemiddelde oplage van drukwerk is al sinds de jaren negentig aan het dalen. Ook de gewenste doorlooptijd van drukwerk wordt steeds korter omdat opdrachtgevers steeds meer gewend zijn dat in de digitale wereld alles instantaan kan. Beide trends stimuleren het gebruik van digitaal drukwerk.

    Digitale printers zijn in hoofdlijnen in 2 technologieën te verdelen: electrofotografisch en inkjet. Electrofotografische printers werken volgens hetzelfde principe als de bekende laserprinters, maar dan groter, sneller en betrouwbaarder.

    Fabrikanten van produktieprinters zijn onder meer Océ, Kodak, Xerox, Canon en Infoprint.

    Professionele inkjetprinters werken globaal volgens hetzelfde principe als inkjetprinters voor consumenten. Vooral voor groot formaat drukken (alternatief voor zeefdruk) is inkjet al jaren de dominante technologie. Belangrijke leveranciers zijn hier o.a. Océ, Mutoh, Vutek en Roland. Sinds enkele jaren is inkjet ook in opkomst als alternatief voor offsetdrukken. De nieuwste producten zijn qua snelheid al vergelijkbaar met sommige offsetpersen.


  • DTP: Desktoppublishing, of DTP, is het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk, en die dus meestal bestemd zijn voor publicatie, zoals boeken, tijdschriften, brochures, en dergelijke, met gebruik van een pc. Desktoppublishingsoftware, zoals QuarkXPress of Adobe InDesign, is speciaal ontworpen hiervoor. In het algemeen vervangen deze programma's de tekstverwerkers en grafische programma's niet, maar worden ze gebruikt om de inhoud die met deze programma's gemaakt is te verzamelen en te verwerken: tekst, rasterafbeeldingen (zoals afbeeldingen die bewerkt zijn met Adobe Photoshop) en vectorafbeeldingen (zoals tekeningen/illustraties die gemaakt zijn met Adobe Illustrator, of CorelDraw). Wanneer het materiaal klaar is voor publicatie, kan DTP-software deze uitvoeren als Postscript of Adobe PDF, die vervolgens door commerciële drukkers kan gebruikt worden om drukplaten te maken.


  • face paint make-up: Een huidvriendelijke make-up verf die op drukwerk kan worden aangebracht. Onder andere geschikt als gimmick voor kinderen, maar denk ook eens aan de kleur oranje tijdens belangrijke voetbalwedstrijden van het Nederlands elftal !
    Deze inkt (make-up) wordt aangebracht in zeefdruk.


  • flexodruk: Een rotatieve hoogdruktechniek gebruikmakend van flexibele (rubberen) styps en sneldrogende dunne vloeibare inkt, ook wel anilinedruk genoemd.
    Vroeger voornamelijk gebruikt voor het bedrukken van plastic en papieren zakken (draagtassen), tegenwwordig ook gebruikt voor goedkoop en eenvoudig drukwerk (bijvoorbeeld telefoonboeken en kranten).


  • folder: Een folder is een gevouwen (uit het Engels: to fold = vouwen) stuk papier, bedrukt met reclame.

    Folders kunnen informatie bieden over één en enkele producten van een bedrijf of een overzicht bieden van tijdelijke aanbiedingen van een winkel. De eerstgenoemde wordt bij voorkeur verstrekt aan een selecte doelgroep. Bij de tweede soort gebeurt de verspreiding veel minder selectief, vaak huis-aan-huis.

    Het huis-aan-huis rondbrengen van folders wordt vaak toevertrouwd aan jongeren die een klein bedrag per rondgebrachte folder ontvangen. Een aanzienlijk aantal mensen ergert zich aan dergelijke ongevraagde folders. Het aanbrengen van een sticker op de brievenbus waarin wordt aangegeven dat men dergelijk ongeadresseerd drukwerk niet wil ontvangen, voorkomt een groot deel van de ergernis. Het huis-aan-huis en op straat verspreiden van folders wordt ook wel folderen genoemd .

    Veel folders zitten bij elkaar in een plasticverpakking. Dit zijn zogenaamde ingesealde folders. Hierdoor heeft de bezorger minder werk en kunnen de folders moeilijker beschadigd raken. De laatste jaren worden er ook veel kortingsbonnen en dergelijke gestuurd bij folders, om te voorkomen dat consumenten de folders meteen weggooien.


  • foliedruk: Veredelingstechniek waarbij een dunne kleur- of metaalfolie op het drukwerk wordt aangebracht.
    We onderscheiden:

    Foliedruk (warme):
    Drukprocédé waarbij een dunne folie met behulp van een magnesium cliché of messing stempel, warmte (zo'n 130ºC) en hoge druk op papier wordt aangebracht.

    Koude foliedruk:
    Bij deze techniek, voornamelijk gebruikt in de farmaceutische- en voedingsindustrie, wordt met behulp van flexo- of offsetdruk een hechtmiddel op het drukwerk aangebracht, waarna de kleur- of metaalfolie op het drukwerk wordt gelamineerd. De folie hecht alleen op de delen die vooraf zijn behandeld/bedrukt met het hechtmiddel.


  • herdruk: Het opnieuw drukken van een vorige opdracht.
    Ongewijzigde herdruk, er worden geen corerecties uitgevoerd, die nieuwe opdracht wordt exact gelijk aan het eerder geleverde drukwerk.
    Gewijzigde herdruk, hier worden in het bestand van de vorige order wel wijzigingen uitgvoerd. Het is zelfs mogelijk om een geheel nieuw bestand aan te leveren.


  • holohrafie / hologram: Fotografiemethode waarbij met een laser een foto wordt gemaak met een driedimensionaal effect. Is een dure techniek.
    Een hologram wordt ook in foliedruk gebruikt als extra beveiliging van waardedrukwerk. Bijvoorbeeld op geld of creditcards.
    Naast een keuze uit tientallen soorten kant-en-klare folies met holografische patronen, bestaat er tevens de mogelijkheid een uniek hologram te laten vervaardigen.


  • multimedia: De term multimedia wordt op verschillende manieren gebruikt.

    - Voor computertoepassingen waarin verschillende media worden gebruikt. In deze context zijn media geluid (bijv. muziek in een mp3- of MIDI-bestandsformaat), stilstaand (bijv. foto's) en bewegend (bijv. animaties of video) beeld, andere informatie (bijv. tekst), alsook invoermedia als toetsenbord, aanraakscherm, joystick, MIDI-klavier enz.
    - Om het verschil tussen drukwerk (papier is de beelddrager) en computergestuurde uitingen (computerscherm is de beelddrager) weer te geven. Multimedia staat in die betekenis voor een (doorgaans interactieve) uiting op bijv. een cd-rom, een dvd of een website.
    - In de context van kunst en ontwerp staat multimedia voor een benaderingswijze die zich buiten de traditionele categorieën begeeft. De term wordt meestal gebruikt in relatie met nieuwe media-ontwerpen en kunstdiciplines. Deze hebben immers per definitie een grensoverschrijdend karakter. De diverse producten die daaruit voortkomen noemt men mediakunst.
    - De term multimedia wordt ook vaak gebruikt als verzamelnaam voor visuele en auditieve opslag, weergave en transmissie van informatie, zoals foto, film, bandopname, televisie, internet, e.d.

    Wanneer verschillende media elektronisch met elkaar verbonden zijn en dezelfde digitale code bezitten (nullen en enen) gebruiken we de term multimedia.


  • offsetdruk: Offsetdruk is één van de meest gebruikte druktechnieken. De techniek is een vorm van vlakdruk. Veel handelsdrukwerk, kranten en tijdschriften worden met offset gedrukt.

    [bewerk] De techniek

    De drukvorm wordt over het algemeen genomen uit een dunne aluminium plaat waar via fotografische weg een beeld is aangebracht. Om een afdruk te krijgen van deze offsetplaat moet deze eerst vochtig worden gemaakt. Alle niet-beeld-delen nemen dit vocht aan. Daarna wordt de vettige inkt aangebracht. Aangezien de natte niet-beeld-delen de inkt afstoten, wordt deze alleen op de beelddelen aangenomen.

    De inkt wordt nu door een rubberdoek van de plaat genomen, en overgezet op het papier.

    Tegenwoordig maakt men onderscheid tussen conventionele offset-platen, dat wil zeggen platen die met behulp van een film door een sterke ultraviolette lamp belicht moeten worden (plaatkopie), en computer-to-plate (CtP) waarbij de offsetplaat met behulp van een computergestuurde laserstraal belicht wordt. Niet alleen wordt op de laatste manier de tijd en arbeid kostende plaatkopie overbodig, ook is de kwaliteit van het uiteindelijke drukwerk hoger en stabieler.

    Offsetdruk laat zich goed gebruiken voor hoge oplagen die snel gedrukt dienen te worden zoals een dagblad. Veruit de meeste krantenpersen zijn gebaseerd op het offsetprincipe. Een enkele drukkerij in Engeland gebruikt het flexo-principe (stempelkussenachtig) maar de daar gebruikte inkten zijn slecht recycleerbaar en daardoor minder geliefd door de overheid.

    Bij een fullcolourproductie (de vierkleurendruk - CMYK - cyaan, magenta, yellow, key) gaat het te bedrukken vel langs vier afzonderlijke drukwerken. Het is natuurlijk van het grootste belang dat de vier afzonderlijke kleuren precies op elkaar gedrukt worden. Om dit te garanderen kan hulpapparatuur worden geïnstalleerd.


  • steunkleur: Steunkleur – Extra kleuren in drukwerk naast het gebruik van zwart


  • webdesign: Webdesign is het maken en vormgeven van alle websites in het internet. Webdesign vertoont gelijkenissen met het grafisch ontwerpen van traditioneel drukwerk, maar er zijn opvallende verschillen. Zo zijn kunnen video en audio deel uitmaken van webdesign en verloopt de interactie met de toeschouwer anders. Vanwege de technische aspecten is een webdesigner naast vormgever veelal ook programmeur.

    Structuur
    In tegenstelling tot de traditionele structuur van boeken, met een inhoudsopgave, verschillende indexen, een hoofdstukindeling en dergelijke, worden websites over het algemeen minder lineair vormgegeven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse menu's, zoekfuncties en soms ook loginfuncties om delen van de inhoud af te schermen van het grote publiek. Een manier om oriëntatiemogelijkehden in een website te bieden is de zogenaamde broodkruimelnavigatie, waarbij het door de gebruiker gekozen pad in de boomstructuur van de website op elke pagina is aangegeven.

    Opmaak
    De inhoudelijke samenhang van de boodschap van een website, wordt met computercommando's in de tekst aangegeven. Doorgaans worden hiervoor HTML-codes opgeven. Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van een stylesheet. Daarin worden aanwijzingen vastgelegd over de gewenste weergaven van bepaalde html-elementen zoals lettertypes, kleuren en achtergrondafbeeldingen en ook de positionering van en spatiëring tussen elementen op de site. Door meerdere webpagina's aan eenzelfde stylesheet te koppelen, is het eenvoudiger om de hele site in een uniforme opmaak te presenteren. De uiteindelijke weergave is echter voor de designer niet volledig in de hand te houden, omdat verschillende lezer verschillende apparaten zullen gebruiken om zijn websites te raadplegen.

    Dynamische en interactieve webpagina's
    Naast statische opmaakelementen kunnen er ook dynamische elementen worden toegevoegd zoals mouseovers, webvideo's en dergelijke, maar ook afzonderlijke interactieve onderdelen, bijvoorbeeld een landkaart waarvan elk onderdeel afzonderlijk aanklikbaar is. Voor het toevoegen van dynamische en interactieve elementen bestaan allerlei technieken: Javascript, Dynamic HTML, Adobe Flash. Deze sites leveren vaak echter problemen op voor mensen met tekstbrowsers als Lynx en voor bijvoorbeeld blinden die surfen met een spraakbrowser of brailleleesregel, omdat er geen alternatieve inhoud wordt aangeboden.

    Weergave
    Websites zien er niet op iedere computer en in iedere browser identiek uit. HTML wordt door elke computer/browser afzonderlijk geïnterpreteerd en weergegeven. Een webdesigner dient voor reguliere websites rekening te houden met deze pluriforme weergave.

    De resolutie is de grootte van het scherm, gemeten in pixels. De resolutie kan per gebruiker variëren. Een grote resolutie biedt vooral meer ruimte in de breedte, de lengte is over het algemeen minder van belang omdat dat wordt opgevangen door scrollen. Een ontwerp dat niet uitgaat van vaste beeldschermafmetingen noemt men wel liquid design, de inhoud "vloeit" hier als het ware in de beschikbare ruimte.
    De kleurendiepte geeft aan hoeveel kleuren het scherm kan weergeven. In het verleden was 256 kleuren gangbaar en moest daar rekening mee worden gehouden. In die tijd zijn de webkleuren ontstaan. Tegenwoordig zijn hoge kleurendiepten echt normaal.
    De kleurweergave kan verschillen per scherm. Op sommige computers is een programma geïnstalleerd dat gammacorrectie uitvoert, waardoor kleuren worden aangepast. Het maakt ook verschil of er een CRT- of TFT-beeldscherm wordt gebruikt.
    De soort webbrowser is ook van belang. Browsers hebben ieder een eigen interpretatie van de code van een webpagina. Door het W3C zijn standaarden ontwikkeld over hoe de code moet worden geïnterpreteerd. De browsers houden zich daar nog niet altijd volledig aan, vooral Internet Explorer is voor ontwikkelaars vaak een zorgenkind.
    Afgezien van zulke technische weergave elementen, verwachten ook (kleuren)blinde, slechtziende of dove gebruikers dat een website ook voor hen raadpleegbaar is.

    Werkwijze
    De bouw van een website gaat in verschillende stappen. Elke stap kan worden uitgevoerd door een andere, op het betreffende gebied gespecialiseerde persoon. Vaak[bron?] wordt er bij het maken van een nieuwe website eerst een grafische opzet van de gehele webpagina gemaakt in de vorm van een enkel JPEG-bestand. Dit bestand gaat vergezeld van een aantal afzonderlijke plaatjes die gebruikt gaan worden als losse grafische elementen. De tekstuele inhoud krijgt wel een plaats, maar het opstellen van de teksten is een ander proces.

    De grafische opzet wordt vervolgens omgezet in HTML, waarin de bijgeleverde grafische elementen worden gebruikt. Ook op dit moment is de tekstuele inhoud nog bijzaak. Als tekst wordt vaak het Lorem ipsum gebruikt. Op dit moment kan worden getest hoe de code eruitziet in verschillende omstandigheden. Ten slotte wordt de interactiviteit toegevoegd en worden de uiteindelijke teksten in de verschillende pagina's van de website geplaatst. Het is mogelijk dat het om een dynamische website gaat, waar de inhoud met behulp van een CMS aangepast kan worden. De codering van dit server-sidegedeelte valt echter niet onder webdesign.

    Toegankelijkheid
    Met de opkomst van smartphones, PDA's en andere (persoonlijke) apparaten die toegang hebben tot het internet, veranderen ook de eisen die gesteld worden aan een website. Het lijkt niet eenvoudig om bij het ontwerp en de bouw zicht te houden op de uiteenlopende vormen van gebruik die inmiddels mogelijk zijn. Met behulp van de webstandaarden die onder meer door het W3C zijn ontwikkeld, kan er toch voor worden gezorgd dat een site onder al die gebruikersomstandigheden bruikbaar is. Zo is HTML bedoeld om de inhoud van een webpagina van structuur te voorzien, CSS om de (grafische) stijl vast te leggen en de combinatie ECMAScript/DOM om interactiviteit aan een pagina toe te voegen. Een voordeel is dat al die componenten los van elkaar kunnen worden ontwikkeld en beheerd. Sterker nog: als zaken als inhoud, stijl en/of scripting worden gemengd, zal dat onmiddellijk een negatieve invloed hebben op de bruikbaarheid van een webpagina voor andere toepassingen dan een pc-met-beeldscherm-en-Internet-Explorer. Omdat het gebruik van andere browsers, besturingssystemen en webapparaten gestaag toeneemt, wordt het voor webdesigners steeds belangrijker om rekening te houden met dergelijke vormen van gebruik.


top ^