Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor "design"


  • bedrijfsfilm: De term "bedrijfsfilm" is een allesomvattende beschrijving voor video's gemaakt voor zakelijke en/of informatieve doeleinden. Daaronder vallen bedrijfspromotievideo's, productvideo's, promotiefilms, trainingsvideo's, instructievideo's en informatieve video's. Een bedrijfsfilm wordt vaak ingezet voor een bepaald doel in een bedrijfs- of B2B-milieu en wordt bekeken door een beperkte doelgroep. Het doel van een bedrijfsfilm is veelal interactief klantenwerving, kostenbesparing of risicovermindering. Het laten maken van een bedrijfsfilm valt vaak onder de verantwoordelijkheid van de marketing- en communicatieafdeling van een bedrijf.

    Hoewel bedrijfsvideografie al sinds 1970 bestaat, is de productie ervan na 1990 in een stroomversnelling geraakt. Met de groei in digitale technologie is er nu vaak de samensmelting van bedrijfsfilms en andere vormen van mediacommunicatie, zoals televisie en internet. Een bedrijf kan beschikken over een promotionele video op zijn website of op een videowebsite als YouTube en is dan in potentie bereikbaar voor een veel breder publiek.

    Een bedrijfsfilm, reclamespot of promotievideo kan worden geproduceerd met behulp van dezelfde productietechnieken en stijl als een televisieprogramma (dezelfde faciliteiten en crew) en weet zo het publiek te boeien, zoals ze gewend zijn te kijken naar populaire media. Een bedrijfsfilm zou zelfs het thema kunnen hebben van een bekende tv-serie.

    Een videoproductiebedrijf ontvangt instructies van de opdrachtgever, ontwikkelt een script of scenario en plan van aanpak (en soms een storyboard), met de opdrachtgever wordt een draaiboek en leveringsdatum overeengekomen. De productietijd en -omvang van een bedrijfsfilm kunnen sterk variŽren. Voor sommige video's wordt slechts een minimale crew en basisuitrusting ingezet, terwijl andere bedrijfsfilms (vaak met een hoger budget) een vergelijkbaar niveau hebben als dat van een tv-uitzending of reclamespot.

    Het productieproces omvat dikwijls de volgende fasen:
    - Preproductie, planning, inclusief script en storyboard. Overeenkomst tussen videoproductiebedrijf/productiehuis en de klant.
    - Productie, inclusief opnamen op locatie of in de studio met cameraploeg en regisseur. Mogelijk ook met bijvoorbeeld acteurs en/of presentatoren.
    - Postproductie en videomontage. Het gefilmde beeldmateriaal wordt bewerkt. In deze fase wordt ook een voice-over opgenomen, een sounddesign ontwikkeld en worden afbeeldingen alsook 2D/3D-animatie toegevoegd, om de bedrijfsfilm vervolgens te kunnen renderen, d.w.z. alle beelden te kunnen verwerken tot ťťn geheel.


  • design: Design Ė Een ontwerp is een beschrijving van iets nieuws of een beschrijving van iets bestaands. Een ontwerp is dus een beschrijving (projectie of model) van de (toekomstige) werkelijkheid.


  • DTP: Desktoppublishing, of DTP, is het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk, en die dus meestal bestemd zijn voor publicatie, zoals boeken, tijdschriften, brochures, en dergelijke, met gebruik van een pc. Desktoppublishingsoftware, zoals QuarkXPress of Adobe InDesign, is speciaal ontworpen hiervoor. In het algemeen vervangen deze programma's de tekstverwerkers en grafische programma's niet, maar worden ze gebruikt om de inhoud die met deze programma's gemaakt is te verzamelen en te verwerken: tekst, rasterafbeeldingen (zoals afbeeldingen die bewerkt zijn met Adobe Photoshop) en vectorafbeeldingen (zoals tekeningen/illustraties die gemaakt zijn met Adobe Illustrator, of CorelDraw). Wanneer het materiaal klaar is voor publicatie, kan DTP-software deze uitvoeren als Postscript of Adobe PDF, die vervolgens door commerciŽle drukkers kan gebruikt worden om drukplaten te maken.


  • grafisch vormgever: Een grafisch vormgever is een persoon die de grafische vormgeving doet. Het beroep mag niet verward worden met een grafisch ontwerper of designer. Een vormgever is meer bezig met de techniek en de beheersing ervan dan een designer, art-director of ontwerper. Zo tracht hij zoveel mogelijk te weten van programmatuur zoals Adobe InDesign of QuarkXPress. In vroegere tijden was dat natuurlijk meer met de film of nog eerder met loden letters.

    Hij/zij bepaalt binnen de huisstijl de lay-out (indeling), de typografie, de beelddragersoort (papier, schermondergrond, e.d.), het kleurgebruik en de illustratie-/fotosoort. Meestal vervaardigt hij/zij de illustraties of foto's zelf. Een vormgever kan ook zelf een huisstijl maken, zelfstandig of in samewerking met derden zorgen voor een creatieve compositie.

    Een vormgever is niet altijd bij de presentatie van het eindproduct van het ontwerp; dat wordt voornamelijk door communicatie-medewerker, art-director en/of ontwerper gedaan. Zij gaan dan langs bij de klant. Deze bevindingen gaan zij dan weer later verder communiceren met de vormgever. Tot slot bewaakt de vormgever de toepassing en zoekt wanneer nodig naar oplossingen voor eventuele verdere uitbreidingen en of uitingen (bijv. DTP, illustratie, web-layout en/of fotomateriaal) en de technische verwerking (bijv. reproductie, interface-opbouw) van het ontwerp, zodat dit blijft zoals hij bedoeld is.

    Bij de uitwerking van een opdracht houdt de vormgever o.a. rekening met de doelgroep en de door de opdrachtgever/cliŽnt gestelde eisen. Hij houdt hierbij de stelling 'Vorm volgt Functie' erop na. Bij de vormgever is het belangrijk dat vorm niet de functie overtreft maar dat ze elkaar complementeren. Ook de financiŽle mogelijkheden en de technische verwerking van het ontwerp houdt hij in de gaten. Een vormgever zal daarnaast trachten bestaande inhoudelijke functionaliteiten te versterken (bijv. optimale leesbaarheid door juiste toepassing van typografie). Ook zal hij/zij trachten extra functionaliteiten toe te voegen door middel van de vorm (bijv. signaalkleur als blikvanger voor de belangrijkste informatie). Hij/zij geeft daarbij tevens adviezen aan de opdrachtgever om tot een optimaal eindproduct te komen.


  • huisstijl: De huisstijl van een organisatie of bedrijf is een consistente presentatie naar buiten toe, vaak de eerste kennismaking voor klanten en belangrijk voor de uitstraling. Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen de ruime en de enge definitie van huisstijl.

    Huisstijl: ruime definitie
    Een huisstijl wordt vaak corporate identity genoemd. In die definitie gaat het over de stijl van het huis, en dat gaat verder dan puur visuele zaken. Het gaat ook over communicatie en over het gedrag van de organisatie en haar medewerkers. Deze 3 elementen (design, communicatie en gedrag) dienen evenveel aandacht te krijgen tijdens een huisstijltraject. Volgens professor C.B.S. Van Riel, in het boek "Identiteit en imago" van 2003, ligt het aandeel van de factor gedrag in de identiteit van een onderneming rond 90%. Design en communicatie maken dan de resterende 10%. Huisstijl wordt vaak verwaarloosd, dit kan noodlottige gevolgen hebben voor de onderneming.

    Huisstijl: enge definitie
    In de enge definitie zien we huisstijl als visuele identiteit van een organisatie. Het betreft uitsluitend het symbolische gedeelte van de bedrijfsidentiteit. Hieronder vallen naam, logo, kleur, typografie (lettertype), vormentaal (stramienen/vlakken/curves/opmaak) en fotografiestijl.

    Al deze elementen worden consistent gebruikt in presentaties of op briefpapier, visitekaartjes, offertes, facturen, enveloppen, de website, e-mails etcetera.

    Bij grote ondernemingen bewaakt doorgaans de communicatie-afdeling de huisstijl. Dit kan uiteenlopen van het aanreiken van hulpmiddelen om consistent naar buiten te treden (zoals powerpoint templates en digitale logo-bibliotheken) tot een meer politionele rol waarbij toegezien wordt op naleving van interne richtlijnen.


  • internetmarketing: Internetmarketing (ook wel online marketing of e-marketing genoemd) is de marketing van producten of diensten via internet.

    Het unieke voordeel van internetmarketing is dat het relatief goedkoop is om wereldwijd te adverteren.

    Internetmarketing is een samengaan van techniek, design, ontwikkeling, adverteren en verkoop. Tot internetmarketing wordt onder andere gerekend: zoekmachine optimalisatie, reclamebanners, e-mail marketing, referralmarketing, interactieve marketing, blogmarketing en virale marketing.


  • ral: RAL is een coderingssysteem om kleuren van verf en andere coatings te definiŽren. Het systeem is in 1927 in Duitsland ontwikkeld, RAL staat voor ReichsAusschuss fŁr Lieferbedingungen. De standaard wordt beheerd door het Deutsches Institut fŁr GŁtesicherung und Kennzeichnung e.V.

    Er zijn op dit moment drie RAL-coderingssystemen. Het cijferpatroon geeft eenduidig aan welk van de drie het betreft:

    * RAL 1012 Citroengeel: RAL Classic - 4 cijfers met unieke kleurnaam.
    * RAL 210 60 30: RAL Design - 7 cijfers, geen vaste naam.
    * RAL Digital: RAL Digital - Digitale, op beeldscherm beschikbare RAL-kleurenlijsten, met benaderingen voor mengverhoudingen in kleurcoderingen RGB, CMYK, HLC, Lab en Hexadecimaal.


  • webdesign: Webdesign is het maken en vormgeven van alle websites in het internet. Webdesign vertoont gelijkenissen met het grafisch ontwerpen van traditioneel drukwerk, maar er zijn opvallende verschillen. Zo zijn kunnen video en audio deel uitmaken van webdesign en verloopt de interactie met de toeschouwer anders. Vanwege de technische aspecten is een webdesigner naast vormgever veelal ook programmeur.

    Structuur
    In tegenstelling tot de traditionele structuur van boeken, met een inhoudsopgave, verschillende indexen, een hoofdstukindeling en dergelijke, worden websites over het algemeen minder lineair vormgegeven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse menu's, zoekfuncties en soms ook loginfuncties om delen van de inhoud af te schermen van het grote publiek. Een manier om oriŽntatiemogelijkehden in een website te bieden is de zogenaamde broodkruimelnavigatie, waarbij het door de gebruiker gekozen pad in de boomstructuur van de website op elke pagina is aangegeven.

    Opmaak
    De inhoudelijke samenhang van de boodschap van een website, wordt met computercommando's in de tekst aangegeven. Doorgaans worden hiervoor HTML-codes opgeven. Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van een stylesheet. Daarin worden aanwijzingen vastgelegd over de gewenste weergaven van bepaalde html-elementen zoals lettertypes, kleuren en achtergrondafbeeldingen en ook de positionering van en spatiŽring tussen elementen op de site. Door meerdere webpagina's aan eenzelfde stylesheet te koppelen, is het eenvoudiger om de hele site in een uniforme opmaak te presenteren. De uiteindelijke weergave is echter voor de designer niet volledig in de hand te houden, omdat verschillende lezer verschillende apparaten zullen gebruiken om zijn websites te raadplegen.

    Dynamische en interactieve webpagina's
    Naast statische opmaakelementen kunnen er ook dynamische elementen worden toegevoegd zoals mouseovers, webvideo's en dergelijke, maar ook afzonderlijke interactieve onderdelen, bijvoorbeeld een landkaart waarvan elk onderdeel afzonderlijk aanklikbaar is. Voor het toevoegen van dynamische en interactieve elementen bestaan allerlei technieken: Javascript, Dynamic HTML, Adobe Flash. Deze sites leveren vaak echter problemen op voor mensen met tekstbrowsers als Lynx en voor bijvoorbeeld blinden die surfen met een spraakbrowser of brailleleesregel, omdat er geen alternatieve inhoud wordt aangeboden.

    Weergave
    Websites zien er niet op iedere computer en in iedere browser identiek uit. HTML wordt door elke computer/browser afzonderlijk geÔnterpreteerd en weergegeven. Een webdesigner dient voor reguliere websites rekening te houden met deze pluriforme weergave.

    De resolutie is de grootte van het scherm, gemeten in pixels. De resolutie kan per gebruiker variŽren. Een grote resolutie biedt vooral meer ruimte in de breedte, de lengte is over het algemeen minder van belang omdat dat wordt opgevangen door scrollen. Een ontwerp dat niet uitgaat van vaste beeldschermafmetingen noemt men wel liquid design, de inhoud "vloeit" hier als het ware in de beschikbare ruimte.
    De kleurendiepte geeft aan hoeveel kleuren het scherm kan weergeven. In het verleden was 256 kleuren gangbaar en moest daar rekening mee worden gehouden. In die tijd zijn de webkleuren ontstaan. Tegenwoordig zijn hoge kleurendiepten echt normaal.
    De kleurweergave kan verschillen per scherm. Op sommige computers is een programma geÔnstalleerd dat gammacorrectie uitvoert, waardoor kleuren worden aangepast. Het maakt ook verschil of er een CRT- of TFT-beeldscherm wordt gebruikt.
    De soort webbrowser is ook van belang. Browsers hebben ieder een eigen interpretatie van de code van een webpagina. Door het W3C zijn standaarden ontwikkeld over hoe de code moet worden geÔnterpreteerd. De browsers houden zich daar nog niet altijd volledig aan, vooral Internet Explorer is voor ontwikkelaars vaak een zorgenkind.
    Afgezien van zulke technische weergave elementen, verwachten ook (kleuren)blinde, slechtziende of dove gebruikers dat een website ook voor hen raadpleegbaar is.

    Werkwijze
    De bouw van een website gaat in verschillende stappen. Elke stap kan worden uitgevoerd door een andere, op het betreffende gebied gespecialiseerde persoon. Vaak[bron?] wordt er bij het maken van een nieuwe website eerst een grafische opzet van de gehele webpagina gemaakt in de vorm van een enkel JPEG-bestand. Dit bestand gaat vergezeld van een aantal afzonderlijke plaatjes die gebruikt gaan worden als losse grafische elementen. De tekstuele inhoud krijgt wel een plaats, maar het opstellen van de teksten is een ander proces.

    De grafische opzet wordt vervolgens omgezet in HTML, waarin de bijgeleverde grafische elementen worden gebruikt. Ook op dit moment is de tekstuele inhoud nog bijzaak. Als tekst wordt vaak het Lorem ipsum gebruikt. Op dit moment kan worden getest hoe de code eruitziet in verschillende omstandigheden. Ten slotte wordt de interactiviteit toegevoegd en worden de uiteindelijke teksten in de verschillende pagina's van de website geplaatst. Het is mogelijk dat het om een dynamische website gaat, waar de inhoud met behulp van een CMS aangepast kan worden. De codering van dit server-sidegedeelte valt echter niet onder webdesign.

    Toegankelijkheid
    Met de opkomst van smartphones, PDA's en andere (persoonlijke) apparaten die toegang hebben tot het internet, veranderen ook de eisen die gesteld worden aan een website. Het lijkt niet eenvoudig om bij het ontwerp en de bouw zicht te houden op de uiteenlopende vormen van gebruik die inmiddels mogelijk zijn. Met behulp van de webstandaarden die onder meer door het W3C zijn ontwikkeld, kan er toch voor worden gezorgd dat een site onder al die gebruikersomstandigheden bruikbaar is. Zo is HTML bedoeld om de inhoud van een webpagina van structuur te voorzien, CSS om de (grafische) stijl vast te leggen en de combinatie ECMAScript/DOM om interactiviteit aan een pagina toe te voegen. Een voordeel is dat al die componenten los van elkaar kunnen worden ontwikkeld en beheerd. Sterker nog: als zaken als inhoud, stijl en/of scripting worden gemengd, zal dat onmiddellijk een negatieve invloed hebben op de bruikbaarheid van een webpagina voor andere toepassingen dan een pc-met-beeldscherm-en-Internet-Explorer. Omdat het gebruik van andere browsers, besturingssystemen en webapparaten gestaag toeneemt, wordt het voor webdesigners steeds belangrijker om rekening te houden met dergelijke vormen van gebruik.


  • webdevelopment: Webdevelopment is een verzamelnaam die wordt gebruikt voor alles wat met het realiseren van een website te maken heeft.

    Hieronder wordt verstaan: e-commercebusinessdevelopment, webdesign, webcontentdevelopment, client-side/server-side coding, en webserverconfiguratie. Onder webprofessionals wordt met deze term meestal gerefereerd aan het schrijven van back-endcode en eventueel webserverconfiguratie.

    WYSIWYG
    HTML-code wordt gebruikt om een webpagina in te delen en op te maken (positioneren van tekstgedeelten en afbeeldingen, kleuren, lettertypen e.d.). De meeste developers schrijven het liefst de HTML-code zelf. Het voordeel hiervan is, dat je meer controle hebt over het resultaat. Een ervaren programmeur schrijft deze code vrijwel net zo snel als dat een ander de pagina bouwt in een WYSIWYG-editor. Andere programmeurs geven de voorkeur om de code niet zelf te schrijven, maar dit over te laten aan een zgn. WYSIWYG-editor. Hiermee stel je de pagina samen op een manier die te vergelijken is met het maken van een pagina in een tekstverwerker (zoals Open Office of MS Word). De onderliggende code wordt door de applicatie automatisch gegenereerd. Bekende HTML-WYSIWYG-editors zijn FrontPage en Dreamweaver. Een veelgehoorde kritiek op die twee is dat ze onnodig ingewikkeld coderen, wat twee nadelen heeft: de code is nauwelijks leesbaar voor de developer en het heeft aanzienlijk grotere bestanden tot gevolg, wat de download van pagina's aanzienlijk kan vertragen voor bezoekers die geen breedbandinternetverbinding hebben. SeaMonkey Composer daarentegen genereert veel compactere code, die toch goed leesbaar is, en heeft bovendien een aparte tab om die code in te kijken. Voor webdevelopers is het vaak handig om afwisselend de WYSIWYG-versie en de broncodeversie te bekijken, omdat iedere versie zo zijn voor- en nadelen heeft.

    Passieve en actieve websites
    Als je ťťn of meer pagina's hebt met een stuk tekst en eventueel een paar plaatjes, kan je al spreken van een website. Een dergelijke website noem je een passieve website omdat het niets anders doet dan een statische tekst en eventuele plaatjes tonen. Maar zodra je wilt dat een bezoeker zich op je website kan aanmelden (bijvoorbeeld voor een forum), of dat er actuele informatie wordt getoond, is het nodig dat de website haar gegevens kan opslaan in een database. Dan spreek je van een actieve website. De inhoud van de website wordt namelijk actief samengesteld met gegevens uit een database. Om deze handelingen te automatiseren wordt er gebruikgemaakt van scripting: het beschrijven van handelingen die de computer of server moet uitvoeren. Scripting kan je onderverdelen in twee hoofdgroepen: client-side en server-side scripting.

    Client-side scripting
    Een client-side script is een script dat door de browser van de websitebezoeker wordt uitgevoerd. Hiervoor zijn verschillende scripttalen beschikbaar, zoals VBScript en JScript. Meestal werken sites met Javascript, omdat alle browsertypen Javascript ondersteunen. VBScript bijvoorbeeld wordt alleen ondersteund door Microsoft Internet Explorer en niet door Mozilla Firefox.

    Client-side scripting wordt veel gebruikt in combinatie met DHTML (Dynamic HTML). Denk hierbij aan het kopiŽren of juist verbergen van een tekstveld als dit nodig is, maar ook het controleren of je in een aanmeldingsformulier alle gegevens hebt ingevuld. Op een goed doordachte website zul je nooit beveiligingskritische functies vinden die door een client-side script moeten worden uitgevoerd.

    Server-side scripting
    Server-side script is een script dat niet door de browser, maar door de webserver wordt uitgevoerd. Deze voert de handelingen uit die in het script zijn beschreven, waaronder bijvoorbeeld het aanroepen van een database, en stelt aan de hand hiervan een HTML-bestand samen. Dit bestand wordt vervolgens naar de client (de browser van de websitebezoeker) gestuurd. De client ziet dus nooit het server-side script. En dat is maar goed ook, omdat dit cruciale informatie kan bevatten, zoals database-wachtwoorden e.d.

    De populairste talen voor server-side scripting zijn: ASP, ASP.NET en PHP. ASP.NET is de opvolger van ASP (Active Server Pages), beide van Microsoft. Hoewel ASP door (vooral kleinere) bedrijven nog veel wordt gebruikt, wint ASP.NET steeds meer aan populariteit. Vooral grotere IT-bedrijven geven de voorkeur aan deze taal, vooral vanwege de object-georiŽnteerde eigenschappen, die het eenvoudiger maakt om grote complexe systemen te bouwen en te onderhouden. PHP (PHP Hypertext Preprocessor) is het populairst onder amateurs en kleinere webbedrijven. Dit komt vooral omdat de taal redelijk eenvoudig van structuur is en daardoor vrij snel te leren is. Andere voordelen van PHP zijn, dat het door de manier waarop het script wordt uitgevoerd, deze websites erg snel laden. Ook zijn de investeringskosten laag omdat PHP een opensourceproject is en daarom gratis gebruikt mag worden. PHP kan zeer goed draaien op een PC of server onder Windows, maar is eigenlijk bedoeld om te worden gebruikt in een LAMP-configuratie. Dat is de combinatie van vier opensourceprojecten: een Linuxbesturingssysteem met een Apache-webserver, een MySQL-database en PHP-scriptondersteuning.

    Naast de genoemde scripttalen zijn er ook nog minder gebruikte talen zoals: Perl, ColdFusion, Python, Ruby en andere.

    Contentmanagementsystemen
    De laatste jaren worden kant en klare contentmanagementsystemen steeds populairder. Naast verschillende commerciŽle systemen, zijn er verschillende opensource-systemen beschikbaar zoals XOOPS, Joomla!, WordPress en Drupal. Hiermee is het mogelijk om een actieve website te bouwen zonder ťťn regel script te hoeven schrijven. In deze systemen kan je aan de hand van kant en klare templates en allerlei vooraf in te vullen instellingen een complete website configureren. Wel vergt het flink wat tijd en energie om thuis te raken in zo'n systeem.


  • web-eye: Web-Eye is een webmodule gebaseerd op een CMS-systeem die een volledig vrije opmaak van een website naar uw wensen toelaat, eigenlijk een softwarepakket waarvoor u enkel uw webbrowser nodig hebt. De initiŽle opmaak gebeurt door ons webdesign-team.
    1.Omschrijven van het doel van de site.
    2.Opstellen van een planning
    3.Indeling bepalen
    4.Lay-out bepalen
    5.Grafische en technische uitwerking / website ontwerp
    6.Optimaliseren van de inhoudelijke invulling
    7.Opzetten van een testplatform
    8.Lancering van de site

    Verder onderhoud en opvolging kan volledig door u gebeuren.

    Heel belangrijk is dat bij het opbouwen van de site veel aandacht wordt besteed aan juiste en gestructureerde informatie. De info mag niet te lang zijn, moet goed gestructureerd zijn en onmiddelijk verstaanbaar. De klant moet goed zijn weg vinden op uw site en op een korte maar krachtige manier de basisinformatie krijgen. Het moet ook boeiend zijn, zo houdt u iemand op je site.


top ^