Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor "FTP"


  • downloaden: Downloaden is het overdragen van computergegevens van de ene computer naar de andere, waarbij het initiatief van de ontvangende computer uitgaat. De ontvangende computer heet 'cliŽnt' en de zendende computer heet 'server'. Wie met de browser gegevens op het internet bekijkt of emails uitleest, is technisch gezien aan het downloaden. Meestal spreekt men pas van downloaden als men gegevens ophaalt met de bedoeling ze permanent op te slaan.

    Downloaden via een webbrowser komt het meest voor. Daarnaast kan men ook downloaden via IRC netwerken, peer-to-peer netwerken (bijvoorbeeld bittorrent of LimeWire), FTP, instant-messengers, nieuwsgroepen, Usenet.

    Ook het overzetten van bestanden naar externe gegevensbronnen zoals een CD-ROM of een digitale camera kan worden aangeduid als downloaden. Daarbij wordt de conventie gehanteerd dat men het over downloaden heeft als er sprake is van gegevensoverdracht van een groot medium (bijvoorbeeld de computer) naar een klein medium (bijvoorbeeld de digitale camera). Voor uploaden geldt dan het omgekeerde.

    Sommige mensen zijn vrijwel voortdurend aan het downloaden, via P2P programma's of Usenet. Er wordt soms gesproken van een downloadverslaving.

    Uploaden versus downloaden
    Het omgekeerde proces: bestanden van de client naar een server overzetten of kopiŽren noemt men uploaden.

    Het resultaat van zowel uploading als downloading is dat er een bestand van de ene computer naar een andere wordt gekopieerd. De termen uploaden en downloaden worden toegepast vanuit het perspectief van de client. Het programma dat de activiteit start is de cliŽnt, het programma dat de activiteit toestaat (of eventueel weigert bijvoorbeeld als er een foutieve login wordt gebruikt) is de server..


  • FTP: File Transfer Protocol (FTP) is een protocol dat uitwisseling van bestanden tussen computers vergemakkelijkt. Het standaardiseert een aantal handelingen die tussen besturingssystemen vaak verschillen.

    Een FTP-client start een connectie met een FTP-server standaard via een verbinding met TCP-poort 21.

    Techniek
    Het concept FTP is gebaseerd op het client-servermodel dat ook andere delen van het internet kenmerkt. De clientsoftware maakt een verbinding met de opgegeven FTP-server aan de andere kant van de 'lijn'. Deze antwoordt aan de client, waarna de client de gegevens aan de gebruiker toont.

    Veiligheid
    Standaard FTP-verbindingen zijn niet voorzien van encryptie, zodat de verstuurde gegevens gemakkelijk kunnen worden uitgelezen door hackers. Door gebruik te maken van een encryptie-laag kan dit, voor zover mogelijk, worden voorkomen.


  • SSL: Secure Sockets Layer (SSL) en Transport Layer Security (TLS) (zijn opvolger), zijn encryptie-protocollen die communicatie op het Internet beveiligen.

    Omschrijving
    Deze beide protocollen leveren door middel van cryptografie zowel authenticatie als een beveiligde verbinding met het Internet. In alledaags gebruik wordt alleen de authenticiteit van de server gecontroleerd, terwijl de client geheel onbekend blijft. Door het gebruik van PKI is het ook mogelijk om clients te authenticeren. De protocollen kunnen ook gebruikt worden om client/server-applicaties te beveiligen tegen bijvoorbeeld afluisteren.

    Zowel TLS als SSL maakt gebruik van een aantal verschillende stadia:
    - Peer negotiation for algorithm support
    - Public-key encryption-based key exchange and certificate-based authentication
    - Symmetric cipher-based traffic encryption

    Toepassingen
    Zowel het SSL- als het TLS-protocol draait op een laag onder applicatieprotocollen als HTTP, SMTP, FTP en Usenet en boven het transportprotocol TCP, dat deel uitmaakt van de protocolsuite TCP/IP. Ondanks dat zowel SSL als TLS veiligheid kan bieden aan elk protocol dat gebruik maakt van TCP, wordt SSL het meest gebruikt voor HTTPS, bijvoorbeeld ter beveiliging van creditcard-gegevens.

    Indien men het gebruikt om HTTP te beveiligen, wordt het "http://" gedeelte in een URL vervangen door "https://", waarbij de s staat voor "secure". Ook andere klassieke TCP/IP-applicatielaagprotocollen waarbij de informatie (zoals wachtwoorden) normaal onversleuteld over het netwerk gaan, kunnen met SSL/TLS worden beveiligd.

    Geschiedenis en ontwikkeling
    SSL versie 3.0 is ontwikkeld door Netscape en uitgebracht in 1996. Deze versie werd later de basis voor het Transport Layer Security (TLS), een IETF-standaardprotocol. De eerste definitie van TLS kwam voor in RFC 2246: "The TLS Protocol Version 1.0". Visa, MasterCard, American Express en andere financiŽle instellingen hebben het gebruik van TLS voor commerciŽle doeleinden gestimuleerd.


top ^