Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:


Snelnavigatie: .|3|A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|R|S|T|U|V|W|X|Z|Volledige lijst

D


  • dagbladformaat: Het dagbladformaat is veelal 420 x 580 mm - staand.

    Daarnaast wordt er vaak gesproken over de bladspiegel en de zetspiegel.
    Dagbladformaat met een bladspiegel van 420 x 580 mm heeft veelal een zetspiegel van 400 x 540 mm.


  • data: De feitelijke data, voornamelijk gebruikt voor opslag, transport en verwerking van gegevens op computers.


  • dauwpunt: De temperatuur waarop de lucht verzadigd is met waterdamp en deze waterdamp condenseert.
    Deze temperatuur komt hoger te liggen naarmate de hoeveelheid waterdamp in de lucht toeneemt.


  • DCS: Desktop Color Seperation (desktop kleurscheiding) is een methode waarbij je op het beeldscherm kleurscheidingen van een digitaal beeld produceert en opslaat. Deze opgeslagen informatie is rechtstreeks op een postscriptprinter of een fotografische belichter af te drukken.


  • decalcomanie: Techniek waarbij afbeeldingen en/of tekst middels vocht, van een drager (hierop staat het beeld in spiegelschrift) worden overgebracht op het eindproduct. Middels moffelen of bakken wordt de afbeelding definitief gefixeerd op het eindproduct.
    Deze techniek wordt veel gebruikt in de glas- en aardewerkindustrie


  • degelpers: Een type boekdrukpers waarbij de afdruk tot stand omdat het te drukken vel papier op een vlakke plaat (degel) is geklemd. De afdruk komt door een scharnierende beweging tot stand, doordat de vlakke drukvorm, onder bepaalde druk, tegen het vel papier wordt gedrukt.
    De meest bekende degelpers is de HDA (Heidelberger Degel Automaat)


  • densiteit: Donkerheidgraad van een ontwikkeld fotografisch beeld of inktdekking in een afdruk.
    De zwarting van een oppervlak of doorzichtige laag.

    Densiteit is letterlijk dichtheid. D is een afkorting voor de optische densiteit.
    Met D wordt bedoeld de logaritme van het omgekeerde van de reflectie R.


  • densitometer: Elektronisch instrument waarmee de densiteit of toonwaarde gemeten kan worden ter controle van het drukwerk (de kleurintensiteit is in de hele oplage gelijk).
    Het apparaat bestaat uit een lichtbron, lenzen die een lichtbundel onder een bepaalde hoek op het te meten oppervlak werpen en een fotocel die het gereflecteerde licht meet.
    De hoek van lichtinval en van reflectie kan verschillend zijn. Bij het meten van de densiteit van kleuren schakelt men filters in, waardoor men uiteindelijk toch de 'zwarting' meet.


  • design: Design – Een ontwerp is een beschrijving van iets nieuws of een beschrijving van iets bestaands. Een ontwerp is dus een beschrijving (projectie of model) van de (toekomstige) werkelijkheid.


  • diepdruk: Drukprocédé met (koperen) cilinders waarin de drukkende delen uit rasterpuntjes (rasternapjes) bestaan, deze rasterpuntjes liggen verdiept in de cilinder, de inkt vult de gaatjes, waarna met een rakel de overtollige inkt van de cilinder wordt verwijdert. Het papier wordt tegen de cilinder met inkt aangebracht, waardoor het drukbeeld ontstaat. Meestal een rotatiedruktechniek.


  • digitaal: Het weergeven van gegevens, zonder nuances, op slechts één manier, zoals 1 en 0, koud of warm, aan of uit.


  • digitaal drukken: Digitale printers bestaan al sinds de 70-er jaren, maar zijn vooral de laatste 10 jaar sterk in opkomst als alternatief voor de traditionele druktechnieken. Los van de techniek is het grootste verschil met de traditionele druktechnieken dat de vaste kosten per drukwerkopdracht heel laag (virtueel nul) zijn. Daarentegen zijn de variabele kosten per vel veel hoger dan bij traditioneel drukwerk. Als gevolg hiervan is digitaal drukken vooral in het voordeel bij kleinere oplages en voor spoedklussen. De gemiddelde oplage van drukwerk is al sinds de jaren negentig aan het dalen. Ook de gewenste doorlooptijd van drukwerk wordt steeds korter omdat opdrachtgevers steeds meer gewend zijn dat in de digitale wereld alles instantaan kan. Beide trends stimuleren het gebruik van digitaal drukwerk.

    Digitale printers zijn in hoofdlijnen in 2 technologieën te verdelen: electrofotografisch en inkjet. Electrofotografische printers werken volgens hetzelfde principe als de bekende laserprinters, maar dan groter, sneller en betrouwbaarder.

    Fabrikanten van produktieprinters zijn onder meer Océ, Kodak, Xerox, Canon en Infoprint.

    Professionele inkjetprinters werken globaal volgens hetzelfde principe als inkjetprinters voor consumenten. Vooral voor groot formaat drukken (alternatief voor zeefdruk) is inkjet al jaren de dominante technologie. Belangrijke leveranciers zijn hier o.a. Océ, Mutoh, Vutek en Roland. Sinds enkele jaren is inkjet ook in opkomst als alternatief voor offsetdrukken. De nieuwste producten zijn qua snelheid al vergelijkbaar met sommige offsetpersen.


  • digitale beeldbewerking: Digitale beeldbewerking of fotobewerking is het bewerken van afbeeldingen die op een computer gemaakt zijn of die gedigitaliseerd zijn of uit een andere digitale bron (zie digitale fotografie) gemaakt zijn. Ook wanneer er een afbeelding gescand is, d.w.z. vervaardigd met een scanner, waarbij een afdruk als een digitaal bestand opgeslagen wordt, wordt vaak naderhand m.b.v. een grafisch programma de afbeelding bewerkt.

    De bewerking dient ervoor om het beeld te verbeteren, of om een artistieke bewerking toe te passen of om de aandacht meer op een bepaald onderdeel te richten.


  • digitale fotografie: Digitale fotografie is het vastleggen van beelden met behulp van een digitale camera, waarin zich een lichtgevoelige beeldchip bevindt die met de elektronica en software voor de beeldopbouw en vastlegging zorgt. De digitale fotografie werd voor het eerst mogelijk in september 1981.

    Voordelen van digitale fotografie zijn:
    * e mogelijkheid het resultaat onmiddellijk te controleren;
    * de snellere invoer voor bewerking op computers;
    * de lage kosten voor mislukte opnames;
    * de mogelijkheid om relatief goedkoop meer beelden in de camera op te slaan.

    Een gecombineerd voor- en nadeel is het beheer van de eenmaal genomen foto's: hoewel door de digitale aard een foto gemakkelijker beheerd kan worden, moet de fotograaf hier ook meer aandacht dan voorheen aan besteden.

    De fotografie voor bvb productfotografie kan zowel in onze fotostudio als op locatie met eventuele professionele belichting.


  • DIN: Afkorting van Deutsches Institut für Normung. Deze normen worden opgesteld door de Deutscher Normenausschuss te Berlijn in samenspraak met de industrie en handel, de wetenschappelijke wereld en de verbruikersverenigingen. De eerste DIN norm verscheen in 1918. De Nederlandse tegenhanger is de NEN-norm.


  • dispersie: Substantie van fijn verdeelde vaste-stof-deeltjes in een vloeistof. In tegenstelling tot 'oplossing' waarbij geen vaste-stof-deeltjes meer aanwezig zijn.
    Voorbeeld van dispersie zijn de pigmentdeeltjes in een olie (inkt)
    Voorbeeld van oplossing is suiker dat in water is opgelost.


  • dispersielak: Vernis op waterbasis
    Dispersielak kan online (in één drukgang op de drukpers) of offline (in een extra bewerking) worden aangebracht.


  • domeinnaam: Een domeinnaam is een naam in het Domain Name System (DNS), het naamgevingssysteem op internet waarmee netwerken, computers, webservers, mailservers en andere toepassingen worden geïdentificeerd.

    De verschillende delen van een domein worden van elkaar gescheiden door punten. Een voorbeeld van een domein is creatief.be. Om deze naam vast te leggen is een registratie vereist. Meestal is dit de naam van de persoon of het bedrijf waarover de pagina gaat, soms is het ook het thema van de website. In principe is alles mogelijk, zolang de naam bestaat uit een combinatie van twee of meer tekens. De combinatie mag bestaan uit de letters a tot en met z, eventueel aangevuld met cijfers 0 tot en met 9 of een streepje -.


  • domeinregistratie: Wie kan een .be-domein registreren? Iedereen, zowel bedrijven als organisaties als particulieren. U hoeft geen inwoner van België te zijn of als bedrijf niet in België gevestigd te zijn. Door een domeinnaam te registreren bekomt u een jaarlijks gebruiksrecht op die domeinnaam. Een domeinnaam kunt u dus niet kopen of als uw eigendom beschouwen.
    Een domeinnaam kunt u enkel aanvragen via een registrar. Dat is een firma die met DNS.be een contract ondertekend heeft, waardoor ze gemachtigd zijn om domeinnamen te registreren.

    Indien u een domeinnaam met een andere suffix dan .be wenst te registreren kan dit uiteraard ook.


  • downloaden: Downloaden is het overdragen van computergegevens van de ene computer naar de andere, waarbij het initiatief van de ontvangende computer uitgaat. De ontvangende computer heet 'cliënt' en de zendende computer heet 'server'. Wie met de browser gegevens op het internet bekijkt of emails uitleest, is technisch gezien aan het downloaden. Meestal spreekt men pas van downloaden als men gegevens ophaalt met de bedoeling ze permanent op te slaan.

    Downloaden via een asp?zoekwoord=webbrowser">webbrowser komt het meest voor. Daarnaast kan men ook downloaden via IRC netwerken, peer-to-peer netwerken (bijvoorbeeld bittorrent of LimeWire), FTP, instant-messengers, nieuwsgroepen, Usenet.

    Ook het overzetten van bestanden naar externe gegevensbronnen zoals een CD-ROM of een digitale camera kan worden aangeduid als downloaden. Daarbij wordt de conventie gehanteerd dat men het over downloaden heeft als er sprake is van gegevensoverdracht van een groot medium (bijvoorbeeld de computer) naar een klein medium (bijvoorbeeld de digitale camera). Voor uploaden geldt dan het omgekeerde.

    Sommige mensen zijn vrijwel voortdurend aan het downloaden, via P2P programma's of Usenet. Er wordt soms gesproken van een downloadverslaving.

    Uploaden versus downloaden
    Het omgekeerde proces: bestanden van de client naar een server overzetten of kopiëren noemt men uploaden.

    Het resultaat van zowel uploading als downloading is dat er een bestand van de ene computer naar een andere wordt gekopieerd. De termen uploaden en downloaden worden toegepast vanuit het perspectief van de client. Het programma dat de activiteit start is de cliënt, het programma dat de activiteit toestaat (of eventueel weigert bijvoorbeeld als er een foutieve login wordt gebruikt) is de server..


  • DPI: DPI is Dots per Inch, maar ook Pixels per Inch (eigenlijk PPI).

    Over DPI en PPI bestaat in de grafische wereld wat verwarring. Waar men in de grafische industrie spreekt over DPI, bedoelt men in feite PPI. Maar DPI is inmiddels dusdanig ingeburgerd, dat niemand nog echt valt over deze spraakverwarring.

    Onderstaand de juiste uitleg:

    DPI als Pixels per Inch (PPI):
    Eenheid van de resolutie van uitvoerapparatuur (zoals belichters en printers) uitgedrukt in pixels per strekkende inch. De norm voor kleurenfoto's is 300 dpi (ppi).

    DPI als Dots per Inch:
    Het aantal inktstippen per strekkende inch die bij het drukken op het papier terechtkomen. Dot (engels) is stip of punt. Bij een kleurendruk is de DPI in Dots per Inch een veelvoud van de DPI in Pixels per Inch.


  • draaiboek: Een draaiboek is een algemene benaming voor een medium, dat refereert aan een gebeurtenis, script of evenement, waarin tot in detail beschreven staat wat er gebeuren moet, welke middelen daarvoor nodig zijn en wie welke taken heeft.

    Ruwweg kunnen er twee vormen van draaiboeken worden onderscheiden:
    Een draaiboek voor een evenement of gebeurtenis die op stapel staat, bijvoorbeeld in de filmwereld, in de vorm van een zogeheten script, met daarin onder meer de precieze beschrijving van scènes en teksten
    bij evenementen (festivals, kampen, bruiloften etc.), met daarin onder meer het tijdsprogramma en de taken van de verschillende medewerkers
    bij televisie, hierbij wordt vrijwel altijd gewerkt met een draaiboek. In sommige gevallen, zoals bij talkshows (die niet van tevoren vallen te scripten), kan ook worden gewerkt met een line-up. Een tv-draaiboek kan zowel bestaan uit een cameradraaiboek als een draaiboek voor bijvoorbeeld de productie.

    Een draaiboek dat ter hand genomen kan worden, mocht een bepaalde gebeurtenis zich voordoen. Dit draaiboek, ook wel scenario genoemd, wordt onder meer toegepast bij ongevallen of rampen. Het draaiboek bij een uitvaart wordt een scenarium genoemd.


  • droog offset: Drukprocédé waarbij gedrukt wordt van ondiep geëtste platen, via rubberdoek op papier.


  • drukformaat: Het formaat van het drukvel dat door de drukpers gaat. Op dit drukformaat staat naast het eindproduct ook hulpmiddelen voor de drukker zoals paskruizen en kleurcontrolestrips.


  • drukken: Drukken is een vermenigvuldigingsprocedé waar, voor het weergeven van het onderwerp, drukinkt wordt overgebracht op een te bedrukken materiaal met behulp van een drukvorm en een drukkracht.


  • DTP: Desktoppublishing, of DTP, is het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk, en die dus meestal bestemd zijn voor publicatie, zoals boeken, tijdschriften, brochures, en dergelijke, met gebruik van een pc. Desktoppublishingsoftware, zoals QuarkXPress of Adobe InDesign, is speciaal ontworpen hiervoor. In het algemeen vervangen deze programma's de tekstverwerkers en grafische programma's niet, maar worden ze gebruikt om de inhoud die met deze programma's gemaakt is te verzamelen en te verwerken: tekst, rasterafbeeldingen (zoals afbeeldingen die bewerkt zijn met Adobe Photoshop) en vectorafbeeldingen (zoals tekeningen/illustraties die gemaakt zijn met Adobe Illustrator, of CorelDraw). Wanneer het materiaal klaar is voor publicatie, kan DTP-software deze uitvoeren als Postscript of Adobe PDF, die vervolgens door commerciële drukkers kan gebruikt worden om drukplaten te maken.


  • duotone: Manier van drukken, waarbij een foto of illustratie wordt opgebouwd uit 2 pms kleuren.


  • DVD: Een dvd is een optische schijf met een diameter van 12 centimeter waarop met behulp van optische technologie digitale gegevens duurzaam kunnen worden opgeslagen.


top ^